Ingezonden brief Leidsch Dagblad over bezuinigingen redactie regionale krant

Leidsch Dagblad, onmisbaar, al heel mijn leven: Dit is mijn krant!

Al vanaf mijn tiende ben ik nauw betrokken bij het Leidsch Dagblad. Toen nog de Leidse Courant, een middageditie. Na schooltijd, onder de naam van mijn broer (ik was zelf te jong om te mogen delen), kranten delen op de Achterdijk in Rijpwetering. Elke bezorger kreeg toen nog een extra krant. Die kon ik tegen verkoopwaarde van de hand doen aan recreanten die verbleven in de woonboten. Kort daarna volgde een uitbreiding van de wijk met ‚Äėde kuil‚Äô. Huis aan huis 180 kranten bezorgen. Sneller klaar dan de 10 stuks in de polder. E√©n keertje per ongeluk de briefjes van de Binnen- en de Buitenweg verwisseld, zo maakten veel nieuwe mensen onbedoeld kennis met de krant.‚Ķ ¬†Later, toen we verhuisden naar Oud Ade, kreeg ik ook een aantal buitengebieden. De Akkerslootpolder, de Vrouw Vennepolder en de Zwarteweg. Langs boerderijen, langs de oudste man van Oud Ade, dagelijks een schuimpje op de tafel bij meneer de Graaff (waar ik de krant binnen bracht) en vooral vette scores bij de nieuwjaarswens. Mooie tijd!

Tegenwoordig is de krant niet meer nodig om in Jongerensoci√ęteit Meddle een rondje te kunnen geven. Met mijn krantenwijk ben ik gestopt. Maar nog steeds kijk ik elke dag uit naar de regionale krant. Een goed samengesteld compromis. Aan de ene kant een bron van nieuws over stad en streek. Aan de andere kant bevredigt de krant de behoefte aan nieuws uit binnen- en buitenland. Het aanbod van nieuws uit alle hoeken van de wereld is verveelvoudigd.

Radio, televisie en vooral internet en social media bieden een constante stroom aan steeds ververst nieuws. Daardoor verliezen de dagbladen aan kracht. Zeker het binnen- en buitenlandse nieuws is veelal oud nieuws. Daarom is het zo mooi dat het Leidsch Dagblad, onze regionale krant, steeds meer het accent legt op zelf vergaarde regionale nieuwsfeiten.

Ik maak me zorgen over de aangekondigde bezuinigingen op de redacties van de regionale dagbladen. Juist daar waar kranten zich nog kunnen onderscheiden; meer en beter nieuws uit de eigen streek. Minder papier, minder verhalen en minder redacteuren zullen de ambitie en de aantrekkingskracht van de krant aantasten en de ingezette daling van het aantal abonnees versterken. Internet, Facebook en Twitter kunnen de regionale nieuwsdienst niet vervangen. We gebruiken social media als klankkast van het eigen gelijk. Mensen delen en ‚Äėliken‚Äô de berichten waarmee zij het eens zijn en geven geen ruimte voor achtergrond, opinie en andere invalshoeken.

Op twitter praten we over het weer, in de krant gaat het over het klimaat. Context en achtergronden zijn broodnodig. Het allerbelangrijkste in een goed functionerende democratie (wij wonen in het mooiste en best georganiseerde land ter wereld met veel voorspoed, vrede en veiligheid), is onafhankelijke controle door de media. Hoor en wederhoor en objectieve duiding van het publieke debat. Zeker op lokaal niveau mag een goede nieuwsdienst niet ontbreken of verder verschralen. De verschijningsvorm van het nieuws zal veranderen, daarin zal het Leidsch Dagblad ook nog meer moeten meebewegen. Maar de regionale nieuwsdienst blijft nodig. Voor onze ontwikkeling; om bij te blijven; voor het functioneren van de democratie en niet in de laatste plaats voor de zakcenten van de krantjes bezorgende jeugd.

Dit is  mijn krant!

Floris Schoonderwoerd

(voorheen bezorger, thans wethouder in Kaag en Braassem)       

Arbeidsmigranten discussie in breder perspectief

Beste mensen,

Het kenmerk van de Kaag en Braassemer is dat hij zich betrokken voelt bij de eigen woon en leefomgeving. Dit geeft altijd veel reuring en initiatieven. Ook staat deze betrokkenheid garant voor veel interesse bij mogelijke veranderingen in de buurt. Elke betrokkenheid is goed en nuttig. Op dit moment is er bij een aantal inwoners behoefte aan meer informatie over de huisvesting van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten, een verzamelnaam voor een groep mensen die hier is (ook als we deze mensen niet fatsoenlijk huisvesten); die ondanks de grote aantallen die hier wonen geen (amper) overlast veroorzaken; die¬†van groot belang¬†zijn voor onze tuinbouwsector waar we allen veel van houden; die economisch van grote toegevoegde waarde zijn; een groep mensen die vaak onder slechte omstandigheden zijn gehuisvest; nu niet ingeschreven staan (waardoor we als gemeente veel inkomsten mislopen) en vaak ergens wonen waar geen aanspreekpunt is als er zaken bespreekbaar gemaakt moeten worden. Dit moeten we dus reguleren, uit economisch, menselijk en financieel oogpunt. Samen met vertegenwoordiger van de tuinbouwsector zijn we op naar oplossingen. Binnenkort zal het college van B&W hierover ook een gesprek organiseren¬†met de gemeenteraad. Ik schreef over dit onderwerp op 11 mei 2015 al een blog, ‘werk aan de winkel’. Ik plaats deze hieronder graag nog een keer. Zeker bij zulke onderwerpen is het vooral ook heel belangrijk het bredere vraagstuk te blijven beschouwen.

Floris

WERK AAN DE WINKEL

11 mei 2015

Landelijk gaat de discussie over Bed, Bad en Brood voor asielzoekers. Hier in de gemeente, en breder getrokken in de regio Holland Rijnland, zijn deze drie B’s al langer onderwerp van gesprek als het gaat om tijdelijke arbeidsmigranten. In de regio Holland Rijnland wonen en werken zo’n 17.000 Polen en andere Oost-Europeanen. In Kaag en Braassem zijn dat er naar schatting 1200.

Deze mensen dragen, alleen al in Holland Rijnland, 1 miljard euro bij aan ons bruto regionaal product met werk dat veel Nederlanders niet (willen?) doen. Helaas is het zo dat veel van hen niet allemaal even goed zijn gehuisvest. Groepen migranten zijn ondergebracht in krappe woningen, waardoor al snel overlast kan ontstaan voor de buurtbewoners. Ook de arbeidsmigranten zelf zijn vaak de dupe van slechte huisvesting, voor een te hoge prijs. Dat is niet fair.

De komende jaren zet ik mij daarom in om misstanden op dit gebied aan te pakken. Want een ding is zeker: het voeden van wederzijdse vooroordelen over de werknemers, brengt een oplossing niet dichterbij. Samenwerken en handen uit de mouwen steken wel. Met enkele grote kwekers uit onze gemeente, met uitzendorganisaties en de gemeente slaan we de handen ineen met als doelstelling onze concurrentiekracht en vitaliteit in de tuinbouwsector te vergroten. Misstanden aan te pakken. Fair zakendoen met bonafide uitzendorganisaties te bevorderen. En vooral kwaliteit van de huisvesting voor deze mensen, zonder overlast van deze mensen, sterk te verbeteren.

Hoe wij dit gaan doen? Daar moet ik u het antwoord nog op schuldig blijven. De komende tijd gaan we (ondernemers in de tuinbouwsector uit Kaag en Braassem, uitzendorganisaties en de gemeente) nadenken over een reeks verbetervoorstellen. Daarbij geef ik mezelf de opdracht om mijn rug recht te houden bij Nimby (Not In My BackYard). Of zoals ze in Vlaanderen zeggen ‚ÄėNIVEA-acties‚Äô van burgers die deze mensen Niet In Voor En Achtertuin willen hebben, maar economisch gezien wel willen profiteren van de aanwezigheid van arbeidsmigranten. Iedereen heeft recht fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden en daarbij de plicht om zich fatsoenlijk te gedragen.

Werk aan de winkel!

‘Alle nota’s de shredder in’

In de spiegel | Floris Schoonderwoerd is voor het derde achtereenvolgende jaar genomineerd voor beste jonge bestuurder van Nederland. Hij hekelt nota’s en partijpolitiek.

 AD Groene Hart. Bert van den Hoogen. 13-01-17   

“Ik zie iemand met iets te veel gewicht. Ook iemand die betrokken is bij zijn eigen leefomgeving. Ik ben ook dankbaar voor de ondersteuning van de ambtenaren die ervoor zorgen dat ik het werk kan doen waar ik voor ben gekozen. En ik zie iemand die trots is op de inwoners van Kaag en Braassem, die zeer betrokken zijn bij de eigen gemeenschap.”

Wethouder

“Er zijn veel wethouders die trots zeggen: kijk eens wat ik allemaal heb gerealiseerd. Dan noemen ze een sportcentrum, nieuwe weg of woningbouwproject. Maar die wethouders hebben dat niet gedaan. Het zijn plannen van anderen.

Het werk van een wethouder bestaat uit het verbinden. Je moet alle problemen op tafel leggen en met betrokkenen naar een oplossing werken. Toen ik als wethouder begon, dacht ik dat ik wat te vertellen had. Ik kwam er snel achter dat dat helemaal niet het geval is en dat je alleen resultaten haalt door te investeren in samenwerking.”

Beleid

¬†‚ÄúIk heb een hekel aan beleid‚ÄĚ Floris Schoonderwoerd, wethouder Kaag en Braassem¬†

“Ik heb een hekel aan beleid. Toen ik begon, trof ik een kast vol dikke beleidsnota’s aan. Er stond gedetailleerd in beschreven wat er de komende vier of vijf jaar moest gebeuren. Als die periode afliep, moest er een nieuwe beleidsnota worden opgesteld, waar vaak voor 90 procent hetzelfde in stond. Daarmee was alle speelruimte dichtgetimmerd die je als wethouder zou kunnen hebben. Op een gegeven moment realiseerde ik mij dat ik heel hard aan het werk was, maar niet wist wat ik had bijgedragen aan de gemeenschap. Ik heb toen die kastenvol nota’s door de shredder gehaald en ben opnieuw begonnen, maar dan op een heel andere manier. Dat was bevrijdend.”

Eerste wethouderschap

“Het wethouderschap overkwam mij. Als raadslid dacht ik te weten wat het inhield, maar daarin had ik mij vergist. Je zit in allerlei overlegorganen. Ik ben op een trein gesprongen en had een halve periode nodig om te ontdekken hoe die trein rijdt. Dan gaat het ook om het opbouwen van een netwerk en weten waar je in het politieke proces zit. Die kennis had ik nodig om het in 2014 op een heel andere manier te kunnen doen.”

Politiek

“Ik heb ook een hekel aan politiek. Dan bedoel ik partijpolitiek waarbij de grootste partij de macht heeft. En ook aan de politiek waarbij partijen bij de verkiezingen beloftes doen waarvan ze weten dat ze die bij de coalitievorming moeten afzwakken. Daarom hadden we met PRO Kaag en Braassem geen verkiezingsprogramma, maar kwamen we met een filosofie hoe de gemeente meer gebruik zou kunnen maken van de kennis en betrokkenheid van de inwoners. Daarmee wonnen we de verkiezingen. We hadden toen de winst kunnen claimen en een coalitie met een krappe meerderheid kunnen samenstellen. Dan zou er een oppositie ontstaan. Daarmee zet je voor minstens vier jaar partijen aan de kant en gooi je hun deskundigheid en betrokkenheid overboord. Wij hebben een zo breed mogelijke coalitie gevormd op basis van een raadsbreed akkoord en spreken niet over oppositie.”

Filosofie

¬†”De taak van de gemeente is dat de gemeenschap de komende jaren beter gaat functioneren”

“Een gemeentelijke organisatie met allemaal beleidsnota’s werkt verstikkend. Je neemt daarmee voor vier of vijf jaar de mogelijkheid weg voor ieder initiatief vanuit de gemeenschap. Het is ook niet nodig om in de welzijnsnota precies te omschrijven hoeveel steunkousen er nodig zijn. De taak van de gemeente is dat de gemeenschap de komende jaren beter gaat functioneren. Doelen stel je vast, maar niet de manier waarop, want anderen kunnen dat veel beter invullen. Die doelen hebben we dus ook opgesteld na gesprekken met betrokken inwoners en organisaties. Zonder beleidsnota’s heb je een grote zak geld waarmee je allerlei initiatieven kunt betalen. Dat geeft een hele nieuwe en frisse dynamiek.”

Oorsprong

“Toen ik als wethouder begon, moesten we 40 miljoen euro afboeken op de grondwaarde van het bouwplan Braassemerland. Daarop werd gekeken waarop kan worden bezuinigd. Ik vond dat verkeerd. Je moet eerst kijken wat mensen echt belangrijk vinden. Ten tweede zag ik dat bijeenkomsten van alle politieke partijen rond de keukentafel gehouden konden worden, zo weinig actieve leden waren er. Dat geeft aan dat het politieke systeem niet meer past bij de wijze waarop mensen zich willen inzetten voor hun leefomgeving. Ten derde zag ik dat de decentralisatie de gemeente voor enorme opgaven stelde, want we kregen meer taken en minder geld. Die problemen konden we alleen aan als we de inwoners mede-eigenaar maakten van de dilemma’s waar we voor stonden.”

Betrokken burgers

“Lange tijd werd gedacht dat de overheid zich kon terugtrekken en het aan de burgers over moest laten, maar dan wel op de manier zoals de overheid dat voorschreef. Bovendien konden ze pas meepraten als de plannen er al waren. Maar burgers moet je niet inspraak aan de achterkant, maar invloed aan de voorkant geven. Democratie is niet dat stemhokje en de samenstelling van de gemeenteraad. Democratie is dat je je eigenaar voelt van je eigen leefomgeving. De gemeente is een partner en geen beleidsbepaler.”

Splinterpartijen

“Ik hoop dat we met onze filosofie op lokaal niveau de kloof tussen burgers en politiek verkleinen. De landelijke nieuwe partijen proberen dat ook door de kiezer meer invloed te geven. Maar dat lukt niet met directe invloed op besluiten, zoals met referenda: daarmee worden complexe vraagstukken teruggebracht tot een √©√©ndimensionaal onderwerp. Bovendien appelleren veel splinterpartijen meer aan angst en onvrede en komen ze niet met oplossingen.”

Voorbeeld

“Er zijn al veel andere gemeenten komen kijken hoe wij het hier doen. De meest gehoorde vraag is hoe ze de gemeenteraad mee kunnen krijgen en hoe ze om moeten gaan met de van hogere overheden opgelegde protocollen. Het begint bij het besef bij bestuurders en raadsleden dat er een harde reset nodig is.”

Nominatie

¬†“Natuurlijk is het leuk om voor de derde keer genomineerd te zijn. Het wethouderschap is nou niet het werk waarbij je veel complimenten krijgt.”

WOONAMBITIES IN PRESTATIEAFSPRAKEN VASTGELEGD

Roelofarendsveen, 15 december 2016

Woensdagmorgen 14 december ondertekenden de woningcorporaties, de huurdersorganisaties en de gemeente de prestatieafspraken. Dat ook huurdersbelangenorganisaties gelijkwaardig partner waren en meeondertekenen onderstreept de breed gedragen ambities.

Op basis van de woningwet 2015 maken gemeenten, woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen zogenoemde prestatieafspraken. Hierin leggen de partijen vast wat de woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen in redelijkheid bijdragen aan de realisatie van het (woon)beleid in de gemeente. Samen is gekozen voor het opstellen van een raamwerkovereenkomst voor 4 jaar met specifieke prestatieafspraken voor 2017. Er zijn afspraken gemaakt op terreinen als betaalbaarheid, beschikbaarheid en geschikte sociale huurwoningen, maar ook over duurzaamheid, leefbaarheid en wonen & zorg.

Samen sterk In het voortraject heeft iedere partij voorstellen gedaan voor te realiseren prestaties. Zowel de huurdersorganisaties, de gemeente als de corporaties hebben vervolgens gekozen voor het gezamenlijk belang in plaats van het eigen belang. Over de volkshuisvestelijke opgaven in Kaag en Braassem konden de partijen elkaar snel vinden. Thema’s als duurzaamheid en betaalbaarheid leverden discussies op, maar de verschillen konden beslecht worden. Alle partijen zijn ervan overtuigd dat extra investeren in duurzaamheid een must is voor de komende periode. Daar zijn de ambities ook naar geformuleerd. Niet alleen in financi√ęle zin door de corporaties maar ook wat betreft investeren in het delen van kennis en werken aan bewustwording. De huurdersbelangenorganisaties gaan bijvoorbeeld voorlichting organiseren voor de huurders over duurzaamheidsmaatregelen in de woning. Dit doen zij samen met de gemeente.

Ambitieuze afspraken Partijen spraken onder meer het volgende af:

  • Dat de corporaties samen in de komende vijf jaar 10 miljoen euro investeren in het verduurzamen van hun woningen.
  • Dat er de komende jaren 213 nieuwe sociale huurwoningen bijgebouwd gaan worden in de gemeente.
  • Dat de corporaties zorgen voor het huisvesten van statushouders.
  • Dat 70% van de woningen die vrijkomen opnieuw verhuurd worden tegen een huurprijs onder de aftoppingsgrens (momenteel ‚ā¨ 628-).
  • Dat verhuur van nieuw gebouwde sociale huurwoningen bij voorrang gebeurt aan mensen die een sociale huurwoning in de gemeente achterlaten (doorstroming).
  • Dat er drie wijkschouwen georganiseerd worden.
  • Dat partijen gaan proberen om huisuitzettingen te voorkomen door snel te signaleren dat er problemen zijn en oplossingen te zoeken bij huurachterstand en schuldenproblematiek.
  • Dat partijen woonfraude aan gaan pakken.
  • Dat partijen regelmatig onafhankelijk marktonderzoek naar de woningbehoefte en het woonaanbod uit laten voeren.

 De prestatieafspraken zijn te vinden op www.kaagenbraassem.nl, www.stichtingmeerwonen.nl (onder publicaties), www.woondienstenaarwoude.nl

ZWARTE PIET

Wethouder zijn is een druk bestaan. Ik bezig dan ook vaak de zin: ‚ÄúAlleen Sinterklaas kan overal tegelijk zijn.‚ÄĚ Binnenkort wel heel toepasselijk. In √©√©n weekend mogen we de goedheiligman, bijna gelijktijdig, op zeven plaatsen binnenhalen. Voor de goedheiligman gemakkelijker te organiseren als voor die ene burgemeester. Wij mogen als wethouder dus helpen om zo een kleine bijdrage te leveren aan dit geweldige kinderfeest.

Nu het Sinterklaasjournaal weer is begonnen ga ik √©√©n keer, en direct voor het laatst, iets zeggen (op persoonlijke titel) over het Zwarte¬†Pietendebat. Ik ga niet zeggen wat ik ervan¬†vind, maar wel een oproep doen.¬†De kans is namelijk groot dat, rondom dit kinderfeest, het door volwassenen gepolariseerde Zwarte¬†Pietendebat verder zal escaleren. Ik las op internet hierover ook een aantal mooie overwegingen (ik noem er hieronder een paar) en mijn zoon¬†Dex, van¬†vijf¬†jaar, vroeg mij afgelopen week, zonder zich te realiseren dat hij een zeer actuele publieke discussie aansneed ‚Äúwaarom zijn zwarte pieten eigenlijk allemaal zwart, papa?‚ÄĚ

Het maakt kinderen helemaal niet uit welke kleur Zwarte Piet heeft. Als je nog na√Įef genoeg bent om in Sinterklaas te geloven, kun je ook geloven dat Piet van kleur verandert.¬†Het feit dat een nuance in hoe we ons verkleden op een kinderfeest het belangrijkste debat is van onze tijd, zegt iets positiefs over onze tijd en iets negatiefs over onze prioriteiten. Het is maar een kinderfeest, beste mensen. Dat wil niet zeggen dat het geen waardevolle discussie is, als we hem maar met nuance voeren, en dat gebeurt naar mijn smaak te weinig.

Zwarte Piet is een groot onderdeel van onze cultuur, maar het is tegelijk niet erg om na te denken over het invullen van tradities. Denk je dat we al sinds 1850 gourmetten met Kerstmis? We kennen allemaal het gevoel van verdriet als er iets uit onze jeugd verloren gaat. De ontdekking dat je oude school gesloopt is. We lopen allemaal door de straat waar we opgegroeid zijn en zien in de nieuwe dakkapellen onze eigen vergankelijkheid gereflecteerd. Verandering is eng.

Niet alle voorstanders van kleurverandering zijn allochtonen. Niet alle tegenstanders van kleurverandering zijn racisten. Iets kan kwetsend zijn, onwenselijk of racistisch, zonder dat het zo bedoeld is. Iets kan zonder kwade intenties toch niet meer van deze tijd zijn. Je bent geen racist als je Zwarte Piet leuk vindt. Het feit dat binnen de fictie van het sinterklaasverhaal Zwarte Piet zwart is door de schoorsteen, is niet relevant voor het vraagstuk over de negatieve culturele emoties en gevoelens van de traditie. Als er een hakenkruis op de mijter van Sinterklaas zou staan, zou je er ook niet mee wegkomen door te zeggen dat het een heilig symbool is van diverse volken en religies. En zo kun je nog honderd bomen optuigen, petities tekenen en stampvoetend achter het toetsenbord hierover van alles vinden. Maar beste mensen: het is een kinderfeest. Dat vinden wij allemaal. Laten we daar rekening mee houden de komende weken. Ik houd er over op. Voor kinderen is het geen issue, laten we daar iets van leren.

Wat er ook speelt in een land, laat het vooral de kinderen zijn (Loesje).

Floris