Archief voornovember 2011

Geen feesten meer tijdens Veense kermis!?

Beste mensen,

Over de regelgeving en maatregelen rondom de Veense kermis heeft iedereen een mening. De Burgemeester zit elk jaar weer in een geweldige spagaat. Verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid. Een sfeervol feest, tot dusver altijd zonder grote incidenten. De politie die steeds minder inzet kan leveren. Een veranderende samenleving. Landelijk steeds meer incidenten. Toenemende gemeentelijke verantwoordelijkheid.

Geweldige creatieve feesten en nog mooiere initiatieven van inwoners. En, de plaatselijke horeca die met de Drank en Horeca Wet in de hand, maar ook aan allerlei verplichtingen moet voldoen, ook alle ruimte moet krijgen om hun boterhammen te verdienen. Burgemeester zijn van Kaag en Braassem is mooi, maar tijdens de Veense kermis ook zeker niet gemakkelijk. Vandaag staat in het AD Groene Hart dit artikel. Het geeft een duidelijk beeld van de spagaat waarin de Burgemeester zit. Rekening houden met ieders wensen, belangen en verantwoordelijkheden. Vervolgens afspraken maken; wat kan wel, wat kan/mag niet.. En, tot dusver is gebleken dat die afspraken wel te maken zijn. Maar volledige tevredenheid bij alle partijen, die kan je niet bereiken. Dat blijkt wel uit dit artikel. Ik denk dat ze het goed doet!

Floris

Fooienpot was collectebus voor Koningin Wilhelmina Fonds

ELLEN VERHAAR

ROELOFARENDSVEEN – De horeca-ondernemers in Roelofarendsveen zijn boos. Tijdens de Veense kermis in september moesten zij aan strenge voorwaarden voldoen, terwijl hun particuliere buren zomaar een feestje konden organiseren voor wel duizend mensen. ‘Oneerlijke concurrentie’ vinden ze.

Bij een feestje op het Noordeinde zou bovendien een fooienpot hebben gestaan, waarmee de organisatoren de kosten konden dekken. De ondernemers vinden dat de gemeente tegen de feesten had moeten optreden, maar de gemeente laat weten op dit moment niets te kunnen doen.

Een van de organisatoren van een privéfeest was Ed van Berkel. Hij vindt de klachten van de plaatselijke horeca ‘kinderachtig’. ,,De opbrengst van de fooienpot was voor het Koningin Wilhelmina Fonds’’ aldus Van Berkel.

De horeca in Roelofarendsveen heeft nog veel meer grieven, zo blijkt uit een notitie van de gemeente. De ondernemers vinden onder meer dat het ‘dorpse karakter’ van de Veense kermis inmiddels ver te zoeken is. De lokale pizzeria en de chinees zouden worden gezien als parasieten die meeliften op de inspanningen van Het Oranjecomité. Financieel zouden ze namelijk niet bijdragen.

 

‘Horeca moet ophouden met klagen en vernieuwend gaan werken’

ELLEN VERHAAR

ROELOFARENDSVEEN – Ed van Berkel vindt de klachten van de plaatselijke horeca misplaatst. Hij is een van de organisatoren van de ‘buurtfeesten’ waar de horeca in Roelofarendsveen over klaagt.

Van Berkel merkt op dat twee van zijn zoons altijd met de kermis jarig zijn. Van Berkel: ,,Wij vieren dat ieder jaar tijdens en na het bloemencorso met koffie, bier, soep en slaatjes. Dan nodigen wij wat familie en vrienden uit. Als eerbetoon aan mijn overleden echtgenote Elma zetten we een pot neer waarvan de baten naar het Koningin Wilhelmina Fonds (KWF) gaan. Elk jaar gaat er een fantastische donatie naar het KWF. Er blijft niks aan de strijkstok hangen’’.

De caféhouders zien echter grote tekortkomingen. Zo zou er op het Noordeinde niet alleen een fooienpot hebben gestaan, maar trad er een zanger op, werd er aan minderjarigen alcohol geschonken, stonden de geluidsboxen gericht op de openbare weg en werd er glaswerk gebruikt op straat. Van Berkel: ,,Het grote dance-feest dat een jaar of drie plaatsvond op de Noordhoek is ook al de nek omgedraaid door de horeca’’ zegt hij. ,,Nu wordt ons leuke buurtfeest afgekamd. Ik ben helemaal klaar met al die klagers. De horeca moet eens vernieuwend gaan werken’’.

Een van de buren die ook een eigen vriendenfeestje op het Noordeinde organiseerde, was Sandra Loos. Zij ontkent dat er duizend mensen waren. ,,Dat zou wel erg veel visite zijn geweest’’ zegt ze. Ze vertelt dat het buurtfeest tot een uur na het bloemencorso duurde. Hulpverleningsvoertuigen hadden er makkelijk door gekund. ,,Daarna gingen we met zijn allen naar de kroeg. De plaatselijke horeca is aan ons niets tekort gekomen.’’ Ze ontkent het bestaan van een fooienpot. ,,We hebben het bier zelf betaald’’.

Sportweek Kaag & Braassem krijgt landelijk erkenning!

Geweldig nieuws! De Stichting Sportpromotie Kaag en Braassem is door het Nationaal Coördinatieorgaan van het Europees jaar van het vrijwilligerswerk 2011 genomineerd voor de ‘meer dan handen award’ in de categorie ‘verbinding’. Zij maken hiermee kans op een prachtige sculptuur van kunstenares Lidia Boomsma en € 5000,- ondersteuning door de VriendenLoterij. Op 7 december 2011 is de uitreiking van de landelijke ‘meer dan handen awards’. De winnaars ontvangen de award uit handen van staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS) en Ivo Niehe, in het bijzijn van Prinses Margriet. De uitreiking vindt plaats in het DeLaMar Theater in Amsterdam.

Rob van der Geest, voorzitter van de Stichting Sportpromotie Kaag en Braassem: ‘We zijn echt enorm trots op deze nominatie. In 2009 is de organisatie ontstaan in het kader van de Nationale Sportweek. Dat werd hier niet georganiseerd en dat hebben wij toen opgepakt. Vooral de verbinding tussen sport en basisscholen hebben we gestimuleerd.”

Floris Schoonderwoerd: “We hebben Stichting Sportpromotie Kaag en Braassem voorgedragen, omdat zij mensen, sporten en verenigingen bij elkaar brengen. Hierdoor ontstaat er samenwerking tussen onderwijs, sportverenigingen en dorpen. Iets wat wij vanuit het gemeentebestuur zeer toejuichen. Sporten is goed voor de sociale contacten. En dat heeft de stichting goed begrepen.”

In heel Nederland zijn in meer dan tachtig gemeenten lokale ‘meer dan handen awards’ uitgereikt aan mensen en organisaties die uitblinken in vier categorieën; Passie, Verbinding, Competentie en Innovatie. Voor elke award zijn nu tien landelijke genomineerden geselecteerd. Niet alleen individuele vrijwilligers, maar ook vrijwilligersorganisaties, bedrijven, fondsen, projecten en samenwerkingsverbanden maakten kans op de lokale award. Een jury selecteert uit alle genomineerden één winnaar per categorie. De ’meer dan handen awards’ zijn een initiatief van het Nationaal Coördinatieorgaan (NCO) van het Europees jaar van het vrijwilligerswerk.

Meer informatie over de ‘meer dan handen awards’ is te vinden op www.vrijwilligerswerk.nl.

Zwembad te koop!

Beste mensen,

Het is tegenwind die de vlieger doet opstijgen!

Van de gemeenteraad heb ik de afgelopen week een aantal duidelijke opdrachten gekregen. Het subsidiebeleid moet herzien en alle doorzichtige- en ondoorzichtige subsidies aan accommodaties moeten in kaart. Alles onder het motto: meer eigen verantwoordelijkheid en sturen op multifunctioneel gebruik. De gebruikers van al onze voorzieningen moeten (nog) meer gaan bijdragen. Zowel financieel als in de uitvoering.

Ik ben me dus heel druk aan het oriënteren hoe dit aan te pakken. Weerbarstige materie. Alkemade en Jacobswoude gingen op verschillende manieren met haar accommodaties om, en zelfs binnen beide vorige gemeenten kom je nog grote verschillen tegen. Eén ding is zeker, we hebben bovengemiddeld veel maatschappelijk vastgoed en geven daar bovengemiddeld veel aan uit!

Een woud van accommodaties, velen enorm gedateerd, zijn in handen van stichtingen en beperkt de gemeentelijke bemoeienis tot het verstrekken van subsidie. Weer anderen krijgen zelfs geen subsidie. In andere dorpen is alles in gemeentelijk eigendom en/of hebben we pachters. Soms hebben we renteloze leningen verstrekt. Ook is Kaag en Braassem geregeld verantwoordelijk voor het groot onderhoud.

In vrijwel alle gevallen zijn de accommodaties koninkrijkjes. Is de bereidheid zich in te zetten groot, maar alleen voor de eigen toko, in het eigen dorp. Ik snap dat. De stichting is, terecht, trots op haar dorpshuis. ‘Ome Piet komt daar immers 3 x per week om schoon te maken en klusjes te doen’, en ‘iedereen komt daar samen om met elkaar de organisatie te runnen, dat moet de gemeente toch mooi vinden?”.

Allemaal waar, en allemaal mooi. Maar rationeel moeten we ook constateren dat veel van onze accommodaties (zowel die in gemeentelijk eigendom, als die in eigendom van stichtingen) niet voldoen aan de kwaliteitseisen van de huidige tijd. Dat de meeste van onze zalen een groot deel van de tijd leeg staan. En dat we het normaal vinden als winkels verdwijnen bij verminderde interesse, maar dat welzijnsvoorzieningen -ten koste van alles- allemaal in stand gehouden moeten worden.

Beste mensen, dat gaat niet.. Ik kan twee dingen doen, meegaan met ‘het sentiment van ome Piet’ en streven naar het onhaalbare: alles houden zoals het is. Op het moment van vandaag scoor je daar politiek het meeste mee. Of voorop gaan in de strijd; nieuwe lijnen uitzetten en onszelf klaarmaken voor de toekomst. Ik kies voor het laatste. Het is tegenwind die de vlieger doet opstijgen!

De raad is helder geweest. Ze hebben uitgangspunten vastgesteld, en mij opdrachten gegeven. Er moet beleid komen, keuzes gemaakt en meer eigen verantwoordelijkheid genomen. In die zin is de opdracht om te komen tot een nieuwe subsidieverordening een zegen. Deze twee processen (accommodaties en subsidie) moeten we aan elkaar koppelen. Welke voorzieningen willen we waar, en tegen welke prijs? En via ons accommodatie- en subsidiebeleid gaan we daar op sturen. Wat is het gewenste maatschappelijk rendement?

Om mezelf te oriënteren ben ik naar een bestuurdersbijeenkomst geweest. Dit thema speelt namelijk in veel gemeenten. En over alle veel voorkomende thema’s worden bijeenkomsten georganiseerd. Een soort lotgenoten gesprekken. (-: Ik was blij te horen dat onze situatie niet uniek is en heb veel stof meegekregen ter overpeinzing.. Ik noem hier wat van die breinbrekers:

Wat vind je van belang? De activiteiten die plaatsvinden in een dorp, of het dorpshuis waarin die activiteiten plaatsvinden? Wat is het doel? De voorziening, waar ome Piet met de rest van het dorp vrijwillig aan werkt? Of zijn het de activiteiten die er plaatsvinden? In onze gemeente, bij verschillende accommodaties, een moeilijk te beantwoorden vraag! Ook is het interessant om de onzichtbare geldstromen in kaart te krijgen.

Bijvoorbeeld: ons binnensportcomplex lijkt zelfstandig, maar is eigenlijk –als je erin duikt- een soort surprise-ei. Elke keer een nieuwe ontdekking. Ze ontvangen een exploitatiesubsidie; de Zwem en Poloclub krijgt een zeer forse huisvestingssubsidie; we betalen het groot onderhoud; we stoppen er alsnog ambtelijk tijd in; we zijn als eigenaar nog steeds 100% risicodragende partij; en we ondersteunen alle gebruikers van het complex met een subsidie. Verder subsidiëren wij een buitenzwembad een dorp verderop die zwemlessen geeft, bouwen een sporthal aan een brede school en organiseren daarmee onze eigen concurrenten. Is dit allemaal verkeerd? Nee, op zich helemaal niet. Als je weet dat je hier bewust voor gekozen hebt en we dit bij elkaar opgetelde bedrag er voor over hebben.

We zouden kunnen stoppen met het subsidiëren van accommodaties. Gewoon in één keer alle subsidies naar € 0,-. Accommodaties gaan dan werken met een kostendekkende huur. En vervolgens (als eerste stap), alle gebruikers van die accommodaties het bedrag wat we gaven, als subsidie erbij. Dan hebben we in één keer in beeld wat die accommodaties kosten en stimuleren we (wellicht?) dat de gebruikers/huurders het gesprek aangaan of het niet goedkoper kan. Als gemeente kan je dan makkelijker sturen. Geef je minder subsidie, dan gaat de contributie omhoog omdat de huur moet opgebracht. De verschillend zullen i.i.g. (pijnlijk?) zichtbaar worden.

Andere optie is om per dorp het gewenste voorzieningenniveau te benoemen en de benodigde infrastructuur dan te subsidiëren en in stand te houden. Wil het dorp meer? Dan kost het hen ook meer. We kunnen ook starten met het in kaart brengen van de tarieven. In het ene dorp vinden ze zaalhuur van € 40,- p/uur heel normaal, terwijl 4 kilometer verderop het duur lijkt om voor € 10 de zaal te mogen gebruiken.

Hoe verder? Goeie vraag! De politiek zal het gewenste maatschappelijk- en financieel rendement in kaart moeten brengen. Wat is het huidige aanbod in onze kernen; wat kost de gemeente dat; en wat kost het de gebruiker van de activiteit? We moeten scherpte krijgen in de bestaande situatie. Daarover moeten we het eens worden. Daarna is het woord aan de politiek. Een tussenstap. Kaders stellen. Ik zal de gemeenteraad vragen wat ze willen. Ik wil opdrachten: ‘maak accommodatie- en subsidiebeleid’ is te algemeen, te vrijblijvend, te veilig. Voor nu is het is een mooie stip op de horizon. Maar als we straks verder in de tijd zijn vraagt het moedige bestuurlijke- en vooral pijnlijke keuzes. Daarvoor is, naast de opdracht, ook richting nodig, kaders! De rol- en verantwoordelijkheid van de raad. En de gevolgen van die keuzes horen daar dan vervolgens bij.

Ik ga met veel motivatie deze kluif oppakken, maar realiseer me dat dit een enorm project is met een bestuurlijk afbreukrisico van heb-ik-jou-daar! Maar met de stevige opdracht van de raad verwacht ik dat we met elkaar de klus kunnen klaren.

U hoort hier nog van.

Wens me succes!

Floris