Archief voorjuni 2013

Verenigingen gaan bijdragen aan collectieve opgaven!

VRIJWILLIGERSORGANISATIES GAAN IN GROTE MEERDERHEID OVER TOT DE MAG

De vrijwilligersorganisaties van Kaag en Braassem hebben in overgrote meerderheid aansluiting gevonden bij de maatschappelijke agenda (MAG) van Kaag en Braassem. In de afgelopen periode zijn de MAG-bijdrageformulieren beoordeeld. Soms vroeg dat om intensief contact om de inhoud scherper geformuleerd te krijgen.

Ruim 70 van de 90 vrijwilligersorganisaties doen mee

Totaal ontvingen 90 vrijwilligersorganisaties subsidie van de gemeente in 2012. Ruim 70 van deze organisaties hebben manieren gevonden om zich aan te sluiten bij de MAG. Daarmee is een financiële bijdrage voor hun activiteiten in 2014 gegarandeerd. De financiële bijdrage komt vanuit de Driemaster, de partij die de MAG gaat uitvoeren. De Driemaster is een samenwerkingsverband van Participe (zorg en welzijn), Kwadraad (maatschappelijk werk) en Wijdezorg (zorg voor ouderen). Vanaf 1 juli 2013 begint het team van de Driemaster met de werkzaamheden in Kaag en Braassem. De deelnemende vrijwilligersorganisaties sluiten hier vanaf 2014 bij aan. In het najaar organiseert de Driemaster activiteiten om alle vrijwilligersorganisaties te leren kennen en om eventuele afspraken te maken.

Wethouder blij met betrokkenheid

Wethouder Schoonderwoerd is blij: “Het is geweldig om te zien dat zoveel vrijwilligersorganisaties echt betrokken zijn en dat willen blijven. Ik geef ze dan ook graag allemaal een compliment voor hun inzet en flexibiliteit.” Met een bijdrage aan de MAG, zorgen vrijwilligersorganisaties naast hun hoofdactiviteiten er bijvoorbeeld voor dat beter gesignaleerd wordt op huiselijk geweld, of dat gezonde voeding wordt gepromoted of dat  ouders meer betrokken worden bij activiteiten van kinderen. Kortom, samen met de Driemaster zorgen ze ervoor dat de doelen van de MAG gehaald kunnen worden.

De redenen van vrijwilligersorganisaties die afzien van deelname variëren. Sommige vinden het teveel “gedoe” of willen zich alleen richten op hun eigen activiteit, andere vinden zichzelf te klein voor een echte bijdrage aan de MAG. Deze organisaties zijn uiteraard waardevol voor de lokale samenleving, voor de inwoners die erbij aangesloten zijn, ook al doen ze niet mee aan de MAG. Ze ontvangen alleen geen financiering meer vanuit de gemeente en de Driemaster vanaf 2014.

Achtergrondinformatie MAG

In plaats van verschillende beleidsplannen te maken voor maatschappelijk beleid, werkt de gemeente Kaag en Braassem vanaf 2013 voor de komende vier jaar met één Maatschappelijke Agenda. Deze is ingedeeld in zes thema’s, bijvoorbeeld ‘Gezondheid en bewegen’ en ‘Groei en ontwikkeling’, waarop te behalen resultaten zijn geformuleerd. De gemeente gaat uit van een gezamenlijke verantwoordelijkheid om die resultaten ook te behalen. De professionals van de Driemaster en de vrijwilligersorganisaties gaan hier onder regie van de gemeente samen mee aan het werk. We streven naar een positief effect op iedereen, goed of minder goed van gezondheid, die opgroeit, leert, beweegt, deel uitmaakt van de maatschappij. Soms hebben we daarbij een zetje nodig. Een zetje vanuit onszelf of vanuit de omgeving, bijvoorbeeld een vrijwilligersorganisatie. De gemeente Kaag en Braassem gaat ervan uit dat meer samenwerking en betrokkenheid nodig zijn om de huidige maatschappelijke ontwikkelingen aan te kunnen, daar geeft de MAG richting aan.

Lokale zorgen over landelijk zorgakkoord!

Beste mensen,

Na het regeerakkoord, het woonakkoord en het sociaal akkoord ligt er nu een zorgakkoord en een Kamerbrief over de langdurige zorg. Nog voor de tekst droog is en er gedebatteerd is in de Kamer, staan de uitkomsten alweer onder druk door mogelijk nóg meer bezuinigingen. De lokale samenleving moet deze bezuinigingen opvangen, want gemeenten worden straks verantwoordelijk voor het leeuwendeel van de zorgtaken die nu nog onder de AWBZ vallen. Eigen kracht van burgers is daarbij het toverwoord, maar hoe gaan we deze opgave daadwerkelijk realiseren?

Als wethouder wil ik graag aan de slag met de lijn die de staatssecretaris neerlegt in zijn brief over de hervorming van de langdurige zorg. Ik denk dat gemeenten in staat zijn de zorg voor burgers goedkoper én beter te organiseren. Lokaal kennen we de mensen om wie het gaat, waardoor we de ondersteuning en zorg gerichter kunnen aanbieden en misbruik effectiever kunnen bestrijden. Omdat het om kwetsbare mensen gaat, moeten de taken wel zorgvuldig worden overgedragen. Daarvoor zijn voldoende middelen nodig. Dat kan als gemeenten in staat worden gesteld de rekening van de zorg eerlijk te delen.

En daar ligt meteen het grootste bezwaar. Vooralsnog wordt gemeenten te weinig ruimte geboden om inkomens- en vermogensgrenzen voor zorg te hanteren.  Dat ligt mij zwaar. Wie zorg nodig heeft, moet zorg krijgen. Maar wie zijn eigen zorg kán betalen, móet het wat mij betreft ook zelf betalen. Alleen dan zijn de enorme bezuinigingen die ingeboekt zijn enigszins te realiseren.  Als je in een riante villa woont en een goedgevulde portemonnee hebt, vind ik  het onterecht dat de gemeente jouw traplift bekostigt. Ik vraag dus om solidariteit, zodat het systeem houdbaar en betaalbaar blijft.

Ten opzichte van het regeerakkoord verzacht het zorgakkoord de bezuinigingen met 530 miljoen en daar ben ik blij mee. De meest kwetsbare groepen worden ontzien. Maar gemeenten worden alsnog geconfronteerd met een extra kostenpost van 89 miljoen. In het zorgoverleg is de korting op de hulp bij het huishouden namelijk verzacht, maar de rekening voor 2014 wordt doorgeschoven naar gemeenten, zonder dat zij bij dat besluit zijn betrokken. Bovenop alle andere bezuinigingen is dat voor gemeenten moeilijk op te brengen.

Om de belofte van goedkopere en betere zorg waar te kunnen maken, is het van groot belang dat gemeenten voldoende vrijheid krijgen om de zorg ook daadwerkelijk anders te organiseren. Dat vraagt bescheidenheid van de landelijke overheid. De neiging die nu weer ontstaat om een landelijke basisnorm voor zorg vast te stellen en de budgetten te oormerken, beperken ons daarin. Terwijl we die beleidsvrijheid keihard nodig hebben om innovatie aan te jagen en een sterk en sociaal zorgaanbod te realiseren voor diegenen die dat nu en in de toekomst nodig hebben.

Al onder PvdA-staatssecretaris Margo Vliegenthart werd gewerkt  aan de Wet op de maatschappelijke ondersteuning, de wet waar nu al die extra zorgtaken onder gaan vallen. De reden daarvoor was helder: een zorgzame overheid is bepaald nog geen zorgzame samenleving. Als wethouder sta ik voor een zorgzame samenleving met een overheid die mensen sterker maakt, maar er ook staat als mensen door het ijs dreigen te zakken.

Met die opdracht wil ik op lokaal niveau dolgraag aan de slag, maar daarvoor vraag ik wel de medewerking van de staatssecretaris en de Tweede Kamer. Geef ons de noodzakelijk instrumenten, maar vooral ook de vrijheid en het vertrouwen er zelf mee aan de slag te gaan. Alleen dan zijn we in staat de belofte die in het zorgakkoord schuilt samen waar te maken.

Floris

Rol van de gemeente straks compleet anders

Beste mensen,

Werk en inkomen, zorg, jeugd en probleemgezinnen, dit zijn taken die Het Rijk in 2015 aan de gemeenten overdraagt. Taken die niet vrij in te vullen zijn maar de essentie van de overheid vormen. Dat is zorg voor mensen die het nodig hebben op financieel vlak en/of op het gebied van gezondheid. Met andere woorden: iemand zonder werk moeten we van een uitkering voorzien en zo snel mogelijk aan werk helpen. Iemand met een beperking moeten we compenseren zodat hij/zij weer mee kan doen en zelfstandig een huishouden kan voeren. Gezinnen met problemen gaan we coachen en begeleiden. Geen keuzes zoals bij het aanleggen van een stoep, of het al dan niet aanleggen van een grasveld. Nee, iemand meldt zich en wij moeten handelen. Open einde regelingen.

Als je hiervoor geen geld meekrijgt vanuit Den Haag, dan kan iedereen bedenken dat de rol van de gemeente een volstrekt andere wordt. Dit is in heel Nederland het geval. Voor onze gemeente geldt dat de extra taken de helft van de gemeentebegroting in beslag gaan nemen. Omdat wij niet voornemens zijn de lastendruk verder te verhogen, zal de focus veranderen. Er zal een fors groter beroep gedaan worden op de eigen kracht van de inwoners en de rekening van allerlei voorzieningen zal meer en meer bij de gebruikers zelf komen te liggen.

Samen met verenigingen en instellingen bereiden we ons hierop voor. Maar, niet alleen het stelsel en de financiering verandert. Ook de cultuur in de hele samenleving zal moeten veranderen. De rol van de gemeente ziet er over enkele jaren echt anders uit. Verandert u mee, dat bestaat uw organisatie nog over een paar jaar. Blijf je vasthouden aan hoe het altijd was, dan voorspel ik sombere tijden. Dat is geen dreigement, maar de realiteit. Met elkaar zullen we een compleet herontwerp maken van ons ondersteuningsaanbod. En dit alles onder het motto: ‘het gaat niet om zorgorganisaties, het gaat om het organiseren van zorg. Van zorgen voor, naar zorgen dat! Samen werkt beter!’

Floris