Archief voorjuli 2013

Geen afbraak van zorg. Maar opbouw van eigen kracht!

Beste mensen,

Veel mensen die ouder worden en/of hulpbehoevend, kunnen nu gebruik maken van allerlei voorzieningen die vanuit de Haagse Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) worden betaalt. Dagbesteding, verpleeghuiszorg, opvang: goede voorzieningen die hun nut hebben bewezen. Toch gaat de wereld veranderen. Er worden enorme bezuinigingen ingeboekt en de taakverantwoordelijkheid (inclusief financiële verantwoordelijkheid) komt naar de gemeente. Het aanbod van nu zal dus veranderen.

Wat hoor ik veel om me heen? ‘Met de toenemende zorgvraag is ons voorzieningenniveau onhoudbaar’. ‘Deze vernieuwing is vernieling’ of ‘dit is afbraak van de zorg’. Voor de pessimisten onder ons is dit misschien waar. Ik kijk hier toch genuanceerder naar, ik zie een ander beeld.

Want, als ik een ouder iemand vraag naar zijn of haar droom krijg ik NOOIT het antwoord ‘doe mij maar een AWBZ instelling’. En wees eerlijk, wat wilt u liever? Met een busje 25 km weg worden gebracht? Uw laatste fase moeten wonen in een groezelig bejaardentehuis in de stad, met zo’n donkere gang, in een klein kamertje met oude plavuizen op de vloer? Of liever zo lang mogelijk thuis blijven wonen, onderdeel uit blijven maken van het dorp waar u woont en bij de verenigingen waar u altijd actief geweest bent? Met zorg in de buurt.

Ik chargeer in de voorbeelden. Maar het laatst genoemde is wat Kaag en Braassem betreft het perspectief. Zolang mogelijk in staat worden gesteld thuis te blijven wonen. De verenigingen en accommodaties in uw eigen dorp zoveel mogelijk verleiden (Maatschappelijke Agenda) om een aanbod te realiseren voor mensen die kwetsbaar zijn/worden. Onderdeel zijn en blijven van het dorp.

Die verandering, dat is een kans. Die grijpt Kaag en Braassem nu met beide handen. Niet de afbraak van zorg, maar de opbouw van eigen kracht. Professionals worden de komende jaren gevraagd te helpen met het ontwikkelen van een aanbod voor allerlei doelgroepen. Bij de verenigingen, met de vrijwilligers, in al die mooie accommodaties. Niet meer zorgen voor, maar zorgen dat!

En dan dat huidige voorzieningenniveau, vanuit de AWBZ, dat is inderdaad onhoudbaar. Maar het voorzieningenniveau in onze dorpen, die gaan we gebruiken en nog sterker maken. Dat is fijn voor de dorpen, maar helemaal voor als u kwetsbaar wordt. Oud worden in uw eigen omgeving en zolang mogelijk vitaal blijven in een inclusieve samenleving. Dat is wat mij betreft het perspectief in Kaag en Braassem. Ik wil daar aan werken.

Floris

In Kaag en Braassem doet iedereen mee!

Beste mensen, 

InVoorZorg is een landelijke ondersteuningsorganisatie die gemeenten en zorginstellingen helpen in de voorbereiding op de nieuwe zorgtaken die de gemeente als haar verantwoordelijkheid krijgt en de veranderingen die daarbij horen. De Maatschappelijke Agenda (MAG) is door InVoorZorg als ‘Beste pratice’ aangemerkt. En, we krijgen heel veel wethouders vanuit andere gemeenten op bezoek om over de MAG te vertellen. Een interactieve manier waarmee vrijwilligersorganisaties in hun kracht worden gezet en een rol krijgen in de collectieve opgaven. Ellen Kleverlaan (InVoorZorg) publiceerde dit interview over de Kaag en Braassem aanpak.

Floris

 

In Kaag en Braassem doet iedereen mee

Met een maatschappelijke agenda is deze gemeente voorbereid op wat komen gaat

Floris Schoonderwoerd is wethouder Samenleving in Kaag &Braassem. Samen met CDA en VVD bestuurt de PvdA-man de in 2009 gevormde gemeente. Een constructief bestuur noemt Schoonderwoerd deze coalitie. Elke Louwers is er sinds 2012 manager Samenleving. De grote aantrekkingskracht voor Louwers om voor deze niet al te grote gemeente met zijn 25.000 inwoners te kiezen, vormde de schaalgrootte. “Het hele sociale domein is daardoor in één hand, er zijn geen schotjes tussen verschillende subdomeinen.” Bovendien trof zij hier een enorm enthousiast team aan, met een groteveranderbereidheid. Bij het ontstaan van de gemeente waren er al genoeg signalen uit Den Haag dat er sociaal-maatschappelijk veel anders moest.

Bezuinigingen op sociaal domein vanuit visie

Met de bezuinigingen waarmee dat gepaard ging, besloot de gemeente een kerntakendiscussie te voeren. Schoonderwoerd: “We wilden vanuit een visie bezuinigen. We besloten af te stappen van de subsidiekokers en alles op het gebied van zorg, welzijn, sport en cultuur te clusteren.” Eerst werd een analyse gemaakt van de bevolking en het uitgebreide geografische gebied dat de gemeente bestrijkt; 72 km2 en wel 11 kernen.Op zo’n moment is de schaalgrootte van het bestuurlijke apparaat juist lastig, vertelt Louwers.

“Grote gemeentes hebben data in eigen hand; wij moeten de informatie over onze bevolking overal vandaan plukken.” Uit die gegevens bleek bijvoorbeeld dat sprake is van overgewicht, van hoog alcoholgebruik en van eenzaamheid bij ouderen. En er zijn bijvoorbeeld veel sportverenigingen met nog altijd veel leden en toch komen mensen gemiddeld genomen niet aan de beweegnorm. Uit deze analyse formuleerde de politiek een maatschappelijke agenda met een zestal thema’s als‘Gezondheid en bewegen’. Een van de vele opgaves die de gemeente zich ten doel stelt is een toename van het aantal mensen dat aan die beweegnorm voldoet. Een ander voorbeeldis het verhogen van het bewustzijn van mensen: dat zij een keuze hebben om al dan niet meer met hun gezondheid bezig te zijn.

Alle subsidies ‘op oude basis’ opgezegd

Ondertussen waren met alle welzijns- en zorgorganisaties de subsidierelaties opgezegd. Vervolgens konden zij intekenen op de door de gemeente geformuleerde opgaves. Door de samenwerking op te zoeken met andere organisaties zou één coalitie van dergelijke organisaties de opdracht krijgen voor de gehele maatschappelijke agenda. Het werd de Driemaster; een samenwerkingsverband van Participe (zorg en welzijn),Kwadraad (maatschappelijk werk) en Wijdezorg (zorg voor ouderen). Zij moeten sinds 1 juli 2013 aan de slag om een wereld met collectieve voorzieningen vorm te geven. Het betekent een enorme ommezwaai in het werken voor deze organisaties. Louwers: “Voorheen werden zij afgerekend op individuele zorgtrajecten, die via AWBZ of zorgverzekeringswet werden gefinancierd. Nu formuleren we collectieve opdrachten in de maatschappelijke agenda en willen we voorkomen dat mensen te snel in een individueel zorgtraject zitten. Daarvoor is noodzakelijk dat we hetnetwerk van mensen willen versterken.” En dat betekende op zijn beurt, dat het verenigingsleven erbij betrokken diende te worden.

Bezuinig niet op verenigingen, maar gebruik ze

Dat was dan ook de volgende stap: het betrekken van de vrijwilligersorganisaties bij dit proces. Allemaal kregen zij het verzoek de maatschappelijke agenda te lezen en te reageren: wat denkt uw vereniging bij te kunnen dragen aan deze agenda? Schoonderwoerd: “We streven naar een inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet. Een voorbeeld? Ouderen met een beginnende dementie werden tot nu toe opgevangen in een instelling, weg uit de maatschappij waarvan zij altijd deel uitmaakten. Maar je kunt zo’nprofessionele zorgverlener ook naar de fanfare of volleybalvereniging langs laten gaan om daar mensen op te vangen.” De voorbeelden zijn legio, Schoonderwoerd schudt ze uit de mouw. “Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, voor wie het lastig is om een betaalde baan te verkrijgen,gingen voorheen paperclips vouwen bij een sociale werkplaats. Maar ze kunnen ook onder begeleiding aan de slag bij de voetbalvereniging: gras maaien, lijnen trekken.”

Van de ruim 90 verenigingen, hebben ruim 70 aangegeven dat zij een bijdrage willen leveren aan de maatschappelijke agenda. Het verenigingsleven is bloeiend in Kaag &Braassem, dat maakt de samenhang in de 11 kernen groot. En dat helpt om dit plan te verwezenlijken. Maar zo vloeiend als het nu wordt verteld, was niet het pad ernaar toe, erkent Schoonderwoerd volmondig. “Telkens weer het verhaal uitleggen, dat is wat ik heb gedaan. Mensen begrijpen het best als je vertelt dat het geld op is. Wat ze in eerste instantie niet begrijpen, is dat het ook voor hen geldt: want van iedere zorgorganisatie en vereniging hebben we in eerste instantie de subsidiekraan dichtgedraaid. Doen we dan geen goed werk, vragen ze? Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom dat wij als overheid maatschappelijke problemen moeten signalerenen daaruit formuleert de politiek opdrachten.”

Bij iedere stap in het proces zijn de organisaties betrokken. In 2012 de zorgorganisaties, nu in 2013 de verenigingen en Schoonderwoerd heeft ze allemaal bezocht. Ja, er hebben organisaties en verenigingen aan de balie van het stadhuis gestaan. Louwers heeft net als Schoonderwoerd telkens opnieuw verteld waarom dit traject zo is ingeslagen. “En als men na mijn verhaal nog niet overtuigd was, dan regelde ik een gesprek met de wethouder.” Ook het ambtelijk apparaat moet mee in deze omschakeling. We spreken wel over een gemeente waar ambtenaren en maatschappelijke organisaties met elkaar verweven zijn: wethouders, raadsleden en ambtenaren zijn natuurlijk ook allemaal weer lid van een vereniging, hebben nauwe banden met de maatschappij en zo hoort het ook. Maar dat maakt het niet altijd even makkelijkom los te laten, zegt Schoonderwoerd. “Om te accepteren dat jouw vereniging opeens geen subsidie meer krijgt omdat ze niet meedoen aan de maatschappelijke agenda. Want ondanks dat kunnen ze natuurlijk wel heel goed werk doen.”

Niet meer tellen, maar effect meten

Alle professionele zorgorganisaties mochten meedoen met de aanbestedingsronde. Voor de organisaties die niet hebben gewonnen, betekent dat, dat ze hun activiteiten die door de gemeente gefinancierd werden, moeten afbouwen. Het jongerenwerk bijvoorbeeld, was in handen van een organisatie die niet in de cluster Driemaster zit. Hoe gaat de Driemaster dat doen? Dat is niet aan de politiek of het ambtelijk apparaat, benadrukken Schoonderwoerd en Louwers. We hebben het niet meer over het aantal opvoedingscursussen dat we afnemen, geeft Louwers als voorbeeld. “Niet de activiteiten zijn van belang, maar dat de problemen opgelost worden. Hoe dat gebeurt, moet je over laten aan de professionals.” Van indiceren naar arrangeren; indiceren impliceert dat de kwaal voorop staat. Maar het gaat om het arrangeren van de zorg, zodanig dat mensen zelf hun vitaliteit in handen hebben, zegt Schoonderwoerd. “We hebben het altijd over gezondheid, maar vitaliteit is veel belangrijker. Iemand die ouder wordt, accepteert dat zijn gezondheid tekenen des tijds gaat vertonen. Maar op vitaliteit leveren we liefst zo min mogelijk in.”

Gaat Kaag & Braassem fundamenteel veranderen? Want het aanbestedingstraject mag dan een voorbeeldig resultaat hebben opgeleverd; nu begint het echte werk pas, geven beiden volmondig toe. Louwers: “Heeft iemand een probleem, dan gaat het erom hoe dat geregeld kan worden, wat iemand zelf kan en waarbij hulp nodig is en wie dat betaalt.” En de coördinatie hoeft dus niet op het gemeentehuis bij een ‘loket’. Dat kan overal. Ook bij een vereniging. Schoonderwoerd: “Om de opdrachten in de maatschappelijke agenda te halen, moeten zorg en welzijn samenwerken. Zonder de verenigingen redden de zorgorganisaties het niet. Het belangrijkste is dat we beweging willen zien. Dat een vereniging wat extra’s doet om bij te dragen aan de maatschappelijke agenda.” En de verenigingen zijn dus op hun beurt voor hun voortbestaan ook weer afhankelijk van de zorgorganisaties. De zorgorganisaties moeten hen in hun kracht zetten. En met elkaar moeten zij een samenleving organiseren die van zorgen voor naar zorgen dat gaat.

Het veld is ondertussen in beroering; een GGD bijvoorbeeld, wijst de gemeente erop dat de rijkspreventienota voorschrijft dat zij een nota Volksgezondheid moeten opstellen. Maar de maatschappelijke agenda vervangt dergelijke voorschriften, is de mening van Schoonderwoerd. Ook de eigen begroting heeft last van de wereld zoals hij altijd om zijn as heeft gedraaid. “Zoals de maatschappelijke agenda verschillende beleidsterreinen omvat, zo moeten we ook onze begrotingontschotten. We streven ernaar dat dit bij de jaarrekening van 2014 op orde is.” Hoe snel het ook allemaal zal gaan; het blijft nog even koffiedik kijken. Maar dat de trein rijdende is, dat lijkt zeker. En ondertussen blijven wethouder en manager het gewoon iedere keer weer uitleggen.

Iemand voordragen voor een onderscheiding?

Beste mensen,

Onze dorpen kenmerken zich door inwoners die bereid zijn veel voor elkaar te doen. Vaak vinden we dat allemaal vanzelfsprekend. Maar dat is het niet. Als iemand allang vrijwilliger is, of zichzelf op een bijzondere manier voor de gemeenschap heeft ingezet is het mogelijk hem of haar voor te dragen voor een onderscheiding. Hier treft u de criteria. Kent u iemand? Schroom niet en draag het aan. Neem contact met me op, dan maken we samen een plan. Wij hebben uw ogen en oren nodig!

Floris

Belangrijke criteria voor aanvraag koninklijke onderscheiding:

Als u overweegt om een koninklijke onderscheiding voor iemand aan te vragen zijn onderstaande criteria erg belangrijk.

Belangrijke criteria zijn: 1. Brede uitstraling naar de samenleving, dus een langjarige vrijwillige inzet voor één vereniging of instelling in Wageningen is niet voldoende;   2. Langdurige vrijwillige activiteiten voor de samenleving (uitgangspunt: tenminste 15 jaar); 3. Er moet continuïteit zitten in de verdiensten, dus niet een aantal vrijwillige activiteiten in de jaren ’80 en een aantal in het heden. Ook belangrijk is, dat de activiteiten niet eens per jaar plaatsvinden (zoals het organiseren van een sportactiviteit).   4. Er moet uitstraling zijn naar het heden, dus de vrijwillige activiteiten mogen niet al afgerond zijn, behalve als dit kortgeleden is.   5. Als aan bovenstaande criteria is voldaan, dan is nog belangrijk hoeveel tijd iemand aan zijn vrijwilligerswerk besteedt.

Advies voor kleine zelfstandigen. Ondernemen in crisistijd!

Beste mensen,

Vanuit de portefeuilles Economische Zaken en Werk & Inkomen werken wethouder Ton van Velzen en ik veel samen. We hebben een werkgeversservicepunt geopend waar ondernemers worden geholpen en vooral ontzorgd bij het zoeken naar gekwalificeerd en gemotiveerd personeel. En, voor kleine zelfstandigen organiseren we een inloopspreekuur waar iedereen terecht kan voor vragen rondom ondernemen in crisistijd. In bijgevoegd artikel meer over dit ondernemersklankbord.

Floris

Ondernemersklankbord en Rijnsteekgemeenten slaan ook handen ineen voor kleine zelfstandigen

Hoe kom ik uit de schulden? Krijg ik een uitkering als ik stop? En is investeren nu verstandig? Dit zijn enkele vragen die met het oog op de crisis bij veel kleine zelfstandige ondernemers de kop op steken. Het ondernemersklankbord is in samenwerking met de Rijnstreekgemeenten gestart met een inloopspreekuur voor zelfstandigen. Kaag en Braassem maakt onderdeel uit van die Rijnstreekgemeenten, dus ook onze ondernemers kunnen op dit spreekuur terecht. Inloopspreekuur Tijdens het inloopspreekuur kunnen ondernemers terecht met hun vragen over het ondernemerschap in crisistijd. “Het spreekuur is ideaal voor het uitwisselen van kennis en kunde. Het ondernemersklankbord bestaat uit ervaren en oud-ondernemers, zij kunnen de kleinere zelfstandigen veel leren, maar andersom ook,” zegt wethouder Ton van Velzen. “Bovendien is dit initiatief een goede aanvulling op onze lokale Task Force Crisis. Op deze manier proberen we alle ondernemers te bereiken.”

Het inloopspreekuur bestaat uit een kort gesprek met leden van het ondernemersklankbord. In het gesprek wordt gekeken tegen wat voor een problemen of situaties de ondernemer aan loopt. Zo nodig wordt er een vervolgafspraak gemaakt. Het inloopspreekuur is elke 14 dagen op vrijdagmiddag van 14.00 tot 16.00 uur op het Serviceplein in het gemeentehuis van Alphen aan den Rijn. Het eerste spreekuur is op 5 juli.

Task Force Crisis Op lokaal niveau is de gemeente Kaag en Braassem in maart 2013 samen met de ondernemersverenigingen in de gemeente een Task Force Crisis gestart. In deze Task Force werken ondernemers samen om het ondernemersklimaat te verbeteren. Op 30 mei, tijdens een informatieavond over samenwerken in een nieuwe werkelijkheid, zijn de quick wins van de Taks Force aan de ondernemers getoond.