Archief vooraugustus 2013

SPORTFONDS VOOR KINDEREN UIT ARME GEZINNEN

“Geen enkel kind in Kaag en Braassem mag buiten de boot vallen omdat zijn of haar ouders geen geld hebben om contributie te betalen voor een sportvereniging”, aldus Floris Schoonderwoerd. “Een ouder wil altijd het beste voor zijn of haar kind, maar voor sommige ouders zit dat er niet altijd in. Voor kinderen die graag willen sporten, maar dat niet kunnen omdat de financiële middelen niet voorhanden zijn, is het Jeugdsportfonds in het leven geroepen. Dit fonds betaalt, als een kind daarvoor in aanmerking komt, de contributie en sportspullen zodat ook die kinderen de kans krijgen een sport te beoefenen.”

De gemeente Kaag en Braassem heeft nu in samenwerking met stichting Jeugdsportfonds Zuid-Holland, het Jeugdsportfonds Kaag en Braassem opgericht. Via intermediairs uit Kaag en Braassem kunnen kinderen in het vervolg aanspraak maken op het lokale fonds. “Sport moet toegankelijk zijn voor iedereen. Het is goed voor de gezondheid, weerbaarheid en sociale contacten. Via het Jeugdsportfonds Kaag en Braassem hopen wij ook de kinderen uit de financieel minder draagkrachtige gezinnen aan een sport te helpen”, zegt Floris Schoonderwoerd, wethouder Sport, Welzijn en Sociale Zaken van de gemeente Kaag en Braassem.

De samenwerking wordt officieel gemaakt met het ondertekenen van een overeenkomst door voorzitter van stichting Jeugdsportfonds Zuid-Holland de heer A. De Jeu en de heer F.M. Schoonderwoerd, wethouder Sport en Welzijn van de gemeente Kaag en Braassem. Dit gebeurt op woensdag 4 september om 16.30 uur op het trainingsveld van RKSV DOSR in Roelofarendsveen tijdens een trainingsinstuif voor e-jeugd. Iedereen is van harte welkom.

Jeugdsportfonds

Het Jeugdsportfonds maakt sporten mogelijk voor kinderen van 4 tot 18 jaar die afkomstig zijn uit financieel minder draagkrachtige gezinnen (in een uitkeringsituatie, schuldsanering of met een inkomen onder de 120% van het sociaal minimum). Het bedrag dat wordt vergoed is 225 euro per kind per jaar. Dit bedrag wordt direct afgerekend met de sportaanbieder en de winkelier (voor de sportbenodigdheden).

Ouders kunnen zelf geen aanvraag doen, dit gebeurt door intermediairs in Kaag en Braassem. Een intermediair is professioneel betrokken bij de opvoeding en verzorging van het kind. Denk hierbij aan de leerkracht, jeugdhulpverlener en huisarts. Ouders kunnen contact opnemen met het Jeugdsportfonds Kaag en Braassem, zij brengen hen vervolgens in contact met een intermediair. Het Jeugdsportfonds is een particuliere organisatie die bestaat van donaties. De gemeente heeft een donatie gedaan en er is al een donatie van een inwoner van Kaag en Braassem ontvangen.

Doneren kan via stichting Jeugdsportfonds Zuid-Holland, rekeningnummer 5347836 o.v.v. fonds Kaag en Braassem.

Kaag en Braassem cup!

Beste mensen,

De afgelopen weken is er op de lokale voetbalvelden strijd gevoerd om de Kaag en Braassem cup. In voorbereiding op de competitie treffen de clubs uit Kaag en Braassem elkaar. In hoofdzaak ter voorbereiding op het naderende seizoen. Vriendschappelijk. Veel spelers kennen elkaar. Maar ook de gezonde rivaliteit tussen de dorpen en clubs is regelmatig merkbaar. Van verschillende bestuurders en spelers het geluid mogen horen dat het een prettig concept is. Sportief, maar ook organisatorisch omdat je een mooie reeks oefenduels in de agenda’s krijgt zonder daar heel veel werk voor te hoeven verzetten. En, deze wedstrijden zijn altijd leuk voor het publiek.

Bij de totstandkoming van Kaag en Braassem (2009) heeft de gemeente alle verenigingen aangeschreven en aangemoedigd iets met deze trofee te gaan doen.  Dat had meerdere doelstellingen. Uiteraard promoot je hiermee de naam ‘Kaag en Braassem’, maar belangrijker nog: clubs uit onze gemeente treffen elkaar. Bestuurders spreken elkaar en uit deze gesprekken kunnen samenwerkingen ontstaan. Dilemma’s en best practises worden gedeeld. Binnen de voetbalsport loopt dit erg goed. De verenigingen hebben elkaar gevonden en vormen met elkaar (inclusief hockey) een onderhoudsstichting. De gemeente heeft daar haar onderhoudsbudgetten ingestopt en de clubs zijn –met elkaar- zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de complexen. Zelfwerkzaamheid loont daarmee en de gemeente heeft haar ambtenbaar sport kunnen schrappen. Mes snijdt aan meerdere kanten. Budget blijft overeind, toch een bezuiniging kunnen realiseren, meer verantwoordelijkheid bij de gebruikers van de accommodatie en een prikkel de accommodatie multifunctioneler in te zetten. Uiteraard geen direct gevolg van de Kaag en Braassem cup, maar elkaar regelmatig zien en spreken helpt wel.

Ook maken verenigingen in toenemende mate gebruik van elkaars accommodatie, bundelen ze inkoop en stemmen ze steeds meer met elkaar af. Ook bij de spelers ontstaan dergelijke initiatieven. Met elkaar houden zij de goed bezochte website www.kaagenbraassemvoetbal.nl in de lucht. Geweldig mooi initiatief. Alle wedstrijdverslagen, de (niet altijd onafhankelijke) commentaren daarop, programma’s, nieuwtjes etc. Bij ROAC het jaarlijkse Futsaltoernooi in de zaal en gisteren was de club uit Rijpwetering en Oud Ade ook gastheer van de finaledag. Op het kunstgrasveld werden gisteren 3 wedstrijden gespeeld als sluitstuk van het programma van de afgelopen weken.

Alkmania eindigde als 5e door Kickers met 2-1 te verslaan. ROAC werd met overtuiging derde door vv Woubrugge met 7-1 te verslaan. Zelf had ik een afspraak met de aanvoeder van finalist MMO. “Reik jij die cup uit, zorg ik dat we winnen”. Het liep het anders. DOSR wist de Kaag en Braassem cup binnen te slepen door met 2-1 van MMO te winnen. Doordat de Rippers een barbecue hadden georganiseerd voor alle deelnemers en supporters -en het weer meewerkte- bleef het nog lang gezellig op het Hertogspark.

Ik sluit af met DOSR nogmaals van harte te feliciteren. En Rudolf (red. aanvoerder MMO), volgend jaar de cup dan maar naar Hoogmade?

Floris

Moeten voorzieningen blijven? Gebruik ze!

Beste mensen,

‘Praatpalen en pinautomaten verdwijnen’. ‘Dorpen worden uitgekleed’. Ik hoor deze sentimenten vaak. Maar is het waar?

Natuurlijk, er zijn forse bezuinigingen. Maar ik denk niet dat het de oorzaak van de verdwijnende voorzieningen is. Het komt door de wereld waarin we leven. Die verandert. Als wij autopech hebben bellen we met ons mobieltje de ANWB. We gebruiken de praatpaal niet, dus die vertrekt. Logisch.

Het aantal pinbetalingen in winkels neemt enorm toe. Het contante geld in onze broekzakken verdwijnt. Als wij, net als jaren geleden, veelvuldig de geldautomaat zouden gebruiken om contant geld op te nemen, dan zou de bank deze laten bestaan.

Wij snappen dat in kleine dorpen de winkeltjes, van jaren geleden, niet meer bestaan. We gingen er immers amper meer heen voor ons vlees, brood en melk. Daarvoor reden we naar het grotere, betere, goedkopere, completere winkelcentrum in een groter dorp of naburige stad.

Dezelfde ontwikkelingen zie je ook bij andere voorzieningen. Als het gebruik afneemt, en daarmee de kosten stijgen, komt de discussie op de agenda of we het een en ander niet anders, beter, en passender bij de wensen en eisen van de huidige, veranderende tijd kunnen organiseren. Ik vind dat datmoet.

U leest het goed. Ja, ik wil het de komende jaren met u gaan hebben over onze dorpshuizen, sportvoorzieningen, bibliobussen en culturele gebouwen. Gebruiken we deze nog in dezelfde mate als jaren geleden? Misschien willen de kerken ook wel meedoen in dit gesprek?

Als we alles willen houden zoals het is, dan moet ons gebruikersgedrag terug naar hoe het was. De realiteit is echter dat de leegstand toe neemt, we gebruik maken van andere, betere, luxere voorzieningen in grotere plaatsen en zijn bereid daar verder voor te reizen. Een nieuw aanbod wat het oude aanbod vervangt. Geen gemeentelijke keuze, maar het gevolg ons eigen gedrag. Een gegeven. Dat vraagt een reset.

De overheid zal, net als de ANWB, de bank en de winkeliers, zich heroriënteren op haar rol en verantwoordelijkheid in alle dorpen. Met één groot verschil: dit gesprek wil ik met de bestuurders van allerlei verenigingen en beheerders van voorzieningen uit de kernen gaan voeren. We gaan met elkaar bepalen wat we belangrijk vinden, welke functies we nog in voldoende mate gebruiken en moeten behouden. Een boeiend en leuk onderwerp. Ook spannend.

En voordat we daarmee beginnen stel ik mezelf alvast wat vragen. Afgelopen zomer in Frankrijk geweest? En hoever rijden was de eerste Supermarché? Twintig, dertig kilometer? Nog verhongerde Fransen gezien?

Floris