Archief voornovember 2013

Plan Jeugdzorg in regio wel op orde!

Beste mensen,

Onlangs verschenen er berichten in de media dat onze regio een onvoldoende scoorde met betrekking tot de voorbereidingen voor de nieuwe Jeugdzorg taken die op de gemeenten af komen. Hier een artikel uit het Leidsch Dagblad met het echte verhaal. De staatssecretaris heeft zich verdiept in de casus en geeft toe dat onze regio de voorbereiding misschien wel het best van heel Nederland op orde heeft. Wij hadden een voorbehoud gemaakt v.w.b. de financiën. Op basis  daarvan kwam er een kruisje te staan bij onze regio wat een vervelend eigen leven is gaan leiden. Onze boodschap aan staatssecretaris van Rijn: ” Wij zijn in staat deze taak goed uit te voeren, als u ons in staat stelt dit te doen”. Deze kritische houding ten aanzien van de financiën heeft inmiddels al geleid tot 150 miljoen extra voor de Jeugd GGZ.

Hieronder het artikel met het juiste verhaal.

Greetz, Floris

 

DEN HAAG – Staatssecretaris Martin van Rijn (volksgezondheid/welzijn/sport) vindt dat het samenwerkingsverband Holland Rijnland zijn jeugdzorgplannen goed op orde heeft.

Vijftien samenwerkende gemeenten in de Bollenstreek, Leidse regio en Rijnstreek kregen onlangs weliswaar een ’rode kaart’ voor hun toekomstplannen, maar dat heeft een formele reden.

,,Het plan van Holland Rijnland is kwalitatief een van de betere en kan misschien zelfs wel als voorbeeld voor anderen gelden’’, zei de staatssecretaris deze week in een Kamercommissie.

De rode kaart heeft de regio te wijten aan de eigen keuze om ’nee’ te zeggen tegen het toegezegde rijksbudget voor jeugdzorg. Vanaf 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor alle jeugdzorg.

 

Geen extra overlast HSL! Werkbezoek Kamerlid Hoogland.

Beste mensen,

Zojuist hoog bezoek gehad in Kaag en Braassem. PvdA Tweede Kamerlid Duco Hoogland (woordvoerder spoorwegen) verdiept zich in de HSL problematiek. Arjan Straathof en Gijs Korevaar vertegenwoordigden de Dorpsraad Nieuwe Wetering; Hein Schild was er namen de werkgroep Geen Gehoor; kandidaat raadslid Pepijn Wesselman (D66) had mij gevraagd of hij aan mocht schuiven (mocht natuurlijk); Evert Henrotte was aanwezig vanuit de PvdA fractie en ik speelde de gastheer. Niet gemorst met de koffie, dus dat ging goed.

Aanleiding was de brief van Staatssecretaris Wilma Mansveld van 27 september. Daarin kondigde zij aan dat er een alternatieve dienstregeling voor de Fyra zal komen. Dit alternatief houdt in dat er andere treinen gaan rijden op het HSL spoor. In die brief gaf zij aan dat het voorstel van potentiële aanbieders marktconform moet zijn, de financiële gevolgen acceptabel, de reiziger er niet op achteruit mag gaan en het voorstel juridisch houdbaar. Wij miste hierin de toets dat het alternatief ook aan de geluid- en trillingseisen moet voldoen

De gemeente heeft na deze brief verzocht om aandacht te hebben voor de geluidsoverlast die het HSL spoor in de nieuwe situatie veroorzaakt. Wat ons betreft gaat het Ministerie dan ook uit van de geluideisen zoals die gelden voor de Fyra. Dus GEEN extra overlast t.o.v. de situatie van nu (die ook op onderdelen (qua geluidsdempende maatregelen) nog aangepast moet worden).

Na deze brief is er nog een aanvullende brief aan de Tweede Kamer verzonden waarin dit is toegezegd. Toch maken wij ons zorgen over de gevolgen van de nieuwe dienstregeling (meer treinen). Vandaar hebben wij het initiatief genomen om contact te zoeken met Duco Hoogland. Hij reageerde direct enthousiast en wilde graag kennismaken met de mensen die lokaal actief zijn in dit dossier en de situatie met eigen ogen bekijken, of…met eigen oren beluisteren…

Duco gaf aan dat de discussie over normen, en het daarbinnen blijven, altijd een schimmige is. ‘Het ministerie doet onderzoeken, dat duurt lang en rekenkundig kan er alle kanten op geschreven worden. Normen hebben vaak geen/weinig relatie met de beleving van mensen. Het gaat niet om exacte wetenschap. Ook de leefbaarheid en beleving van omwonenden kan soms verbeterd worden en zou onderwerp van gesprek moeten zijn. Uiteraard alles in balans. Er zal altijd een afweging gemaakt moeten worden tussen vervoer en overlast. Een afweging tussen individueel en maatschappelijk belang. Dus, uiteraard houden we in de gaten hoe het zit met eventuele overschrijdingen van normen en houden vinger aan de pols bij eventueel te nemen maatregelen. Maar we houden elkaar geen worst voor. Zakken geld zijn er niet. Maar gezamenlijk bekijken of we e.e.a. beter kunnen inpassen, dat streven we altijd na.’

Verder hebben we met elkaar geconstateerd dat er verschillende onderwerpen zijn te ontleden. 1) De nieuwe dienstregeling monitoren. Kader: Blijf binnen de nu geldende norm. De norm van nu, is ook de norm van straks. 2) De schermen, die misschien net iets verder –aan beide zijde- doorgetrokken zouden moeten worden (gemeente kan zelf initiatief nemen). 3) De overlast die inwoners ervaren van de trillingen.

Met elkaar hebben we de werkafspraak gemaakt (of een route bedacht) dat we niet allemaal, vanuit onze eigen eilandjes, mailtjes zouden moeten versturen naar raadsleden, kamerleden en ministers. Niet effectief. Niet allemaal met hagel gaan schieten met onze eigen oplossing in het achterhoofd. En niet ongecoördineerd aanspraak willen maken op dat laatste kleine beetje geld wat er nog ‘in de pot’ zit voor compenserende maatregelen. Dat proberen immers heel veel mensen. Als we succesvol willen zijn in het bedenken -en gerealiseerd krijgen- van oplossingen, dan gaat het ook hier weer om het zoeken naar verbinding.

Dus de afspraak en de strategie (en die is niet geheim): We houden de situatie nauwlettend in de gaten m.b.t. de uitwerking van de nieuwe dienstregeling. We zoeken contact met de andere gemeenten waar het tracé daarheen loopt. We vormen een werkgroep vanuit die gemeenten. We vragen de Kamerfracties een vertegenwoordiging te leveren in die werkgroep en maken een gezamenlijke agenda welke we voordragen bij de verantwoordelijk staatssecretaris.

Dan maken we een verschil. Dan zijn we effectief. Actie voeren lijkt leuk en geeft reuring. Besturen is ingewikkelder en duurt langer, maar zal wel leiden tot meer resultaat. Samen werkt beter!

Floris

115 jaar IJsclub de Eendracht te Rijnsaterwoude

De ijsclub in Rijnsaterwoude bestaat 115 jaar. Als wethouder met sport in mijn pakket mocht ik een woordje schrijven in het programmaboekje. Altijd leuk om te doen. Mijn bijdrage treffen jullie hieronder.

Greetz, Floris

Beste mensen,

Als er iets is dat de inwoners van Rijnsaterwoude samenbrengt is dat ijs, natuurijs. Dat geldt denk ik voor heel Nederland. Zodra de temperaturen in de min duiken worden de UNOX mutsen uit de kast gehaald, de erwtensoep opgewarmd en de schaatsen geslepen. Bij Jan van der Hoorn staat het rijen dik voor de deur. Een ware gekte ontstaat als de plassen dichtvriezen en er zicht komt op toertochten. Het nieuws gaat nergens anders over en Twitter stroomt vol over het wel of niet doorgaan van een Elfstedentocht, kortom Nederland draait door.

Nu ik dit opschrijf begint zelfs mijn hart sneller te kloppen, of je nu wel of geen schaatser bent, die schaatsgekte laat niemand koud. Misschien is dat ook de reden dat bijna alle Wouenaren lid zijn van de ijsvereniging. Het verbaast mij dan ook niet dat dit jaar alweer het 115-jarige bestaan is bereikt. Wie wil er nu niet deel uitmaken van die saamhorigheid die ontstaat zodra Piet Paulusma vorst voorspelt?

Het mooie is dat als het Braassemermeer en de andere plassen dichtvriezen niet alleen de mensen maar ook de kernen uit onze gemeente en andere gemeenten worden verbonden. Dat vind ik zo mooi aan schaatsen op natuurijs: het verbindt.

Die saamhorigheid is ook bij jullie in de vereniging terug te vinden, kijk naar de vrijwilligers die zich al jaren inzetten, de beroemde ledenvergaderingen en de gezellig feesten. En trouwens welke vereniging kan nu zeggen dat er meer feestavonden zijn georganiseerd dan wedstrijden? Ik zou zeggen op naar het volgende lustrum en laten we duimen voor een prachtige winter met veel vorst en zonder al te veel sneeuw! Gefeliciteerd!

Floris Schoonderwoerd

Wethouder Samenleving Kaag en Braassem

Op de bres voor de beste jeugdzorg!

Beste mensen.

We werken keihard om de nieuwe taak ‘jeugdzorg’ goed ingebed te krijgen bij de gemeente Kaag en Braassem. Zelf mag ik in de regionale stuurgroep en het wethoudersoverleg meewerken om dit zo goed als mogelijk te doen. De WMO adviesraad denkt ook actief mee. En, het beleidsplan is vrijgegeven voor inspraak. Hieronder, naar aanleiding van negatieve berichtgeving, het echte verhaal. We scoren kwalitatief erg goed. Zelfs koploper in Nederland. Financieel hebben we erg veel moeite. We krijgen te weinig geld voor deze taak en maken daar een punt van. Wij zijn in staat deze taak uit te voeren, als we in staat worden gesteld. Hieronder tref je de stand van zaken.

Floris

JEUGD

‘De inwoners van onze regio en hun kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn.’ Dat zegt portefeuillehouder Roos van Gelderen van het samenwerkingsverband Holland Rijnland. ‘Wij staan ervoor dat zij goede jeugdhulp krijgen als de gemeenten straks verantwoordelijk zijn voor de Jeugdhulp, vanaf 1 januari 2015. De Holland Rijnland-gemeenten hebben hiervoor samen met zorgpartijen goede afspraken gemaakt in het zogeheten Regionale Transitieplan (RTA).’

Dit RTA is bekeken door Transitiecommissie, een onafhankelijke commissie die onder andere alle regionale transitiearrangementen keurt. Op basis van hun criteria scoort het Regionaal Transitiearrangement Holland Rijnland zeer goed, desondanks heeft het arrangement de kwalificatie ‘onvoldoende onderbouwd’ meegekregen.

Van Gelderen: ‘De regio heeft met haar transitiearrangement juist blijk gegeven van een zeer scherp beeld van de taken, omvang en financiën die straks hun verantwoordelijkheid zijn. Dat blijkt ook uit het feit dat ons arrangement door de commissie als beste is beoordeelt. We willen nu zo snel mogelijk hierover met de staatsecretaris om tafel.’

Regionaal Transitiearrangement

Van Gelderen vervolgt: ‘De regio had in nauw overleg met alle betrokkenen een prima transitiearrangement ingeleverd dat op alle onderdelen geheel voldeed aan de criteria. Dat blijkt ook uit het rapport van de Transitiecommissie zoals zij die eerder hebben gepubliceerd. De reden van plaatsing in categorie drie is dat de regio een scherp beeld heeft van de huidige financiële stromen en de bedragen die na de transitie naar de gemeenten komen. Die verschillen zijn zo groot dat de gemeenten en zorgaanbieders het onverantwoord vonden op basis daarvan toezeggingen en beloften te doen. Daarom hebben zij bij hun transitiearrangement eentoelichtende brief gestuurd waarin ze zeggen dat ze deze continuïteit niet kunnen garanderen tenzij er duidelijkheid komt over de financiële vraagstukken.’

 

Samen verder

De samenwerkende Holland Rijnland-gemeenten gaan nu samen met VWS en de zorgaanbieders kijken waar de financiële verschillen uit bestaan en hoe die verklaard kunnen worden.

Van Gelderen: ‘Wij hebben als samenwerkende gemeenten vertrouwen in het overleg met de staatsecretaris en de betrokken zorginstellingen. Eerder is al door onze regio gekeken naar de verschillen bij de GGZ jeugd. Mede door suggesties die vanuit onze regio kwamen, werd duidelijkdat de hulp aan ouders niet was meegenomen in de landelijke budgetten. Dit is daarom recentdoor staatssecretaris Van Rijn gecorrigeerd, waarbij het landelijke budget is verhoogd met 150 miljoen euro.’

Zorg en Welzijn slaan de handen ineen in Kaag & Braassem

Beste mensen,

‘In voor zorg’ is een programma dat de transitie van de langdurige zorg begeleid. Gemeenten en zorgorganisaties krijgen advies en begeleiding bij de decentralisatie van de AWBZ (zorgtaken die een rijksverantwoordelijkheid waren zijn straks een gemeentelijke taak). Kaag en Braassem is, vanwege haar vernieuwende aanpak gevolgd door ‘In voor zorg’ en op haar website www.zorgvisie.nl heeft redacteur Ellen Kleverlaan onderstaand artikel geplaatst. Leuk om te lezen en geeft een compleet beeld van hoe wij hier aan het pionieren zijn, vooruitlopend op de nieuwe taken al handelen naar de nieuwe tijd.

Floris

Zorg en Welzijn slaan de handen ineen in Kaag & Braassem

Gemeente Kaag & Braassem spoort zorg- en welzijnsorganisaties aan om met elkaar om de tafel te gaan zitten. En het veld reageert enthousiast. Want iedereen vindt dat het anders moet. Dus waarom zou je wachten tot 1 januari 2015 als dagbesteding officieel overgaat van AWBZ naar Wmo?

Het is nog steeds spannend wat in de komende jaren van AWBZ naar Wmo zal overgaan. En die spanning blijft ook nog wel even boven de markt hangen. Zelfs als de staatssecretaris binnen afzienbare tijd een knoop doorhakt over de al dan niet kunstmatige knip tussen verzorging en verpleging, zullen de komende jaren nog genoeg eieren gelegd gaan worden. Wat nu zeker lijkt, is dat dagbesteding op 1 januari 2015 door de gemeenten zal worden aangestuurd via de Wmo. Voor de gemeente Kaag & Braassem reden om daarop voor te sorteren. Nu al, niet straks.

Sowieso loopt de gemeente voorop in het implementeren van een zorg- en welzijnsagenda zoals ze die in Den Haag graag zien. De maatschappelijke agenda, zo noemen ze die zelf in deze gemeente in Zuid-Holland, bestaande uit 11 dorpskernen in een uitgestrekt gebied met ongeveer 25.000 inwoners. Nadat die maatschappelijke agenda vorig jaar was geformuleerd, konden de welzijns- en zorgorganisaties intekenen op de door de gemeente geformuleerde opgaves. Alle subsidierelaties waren eerst met hen opgezegd. Door samen te werken met andere organisaties zou één coalitie de opdracht krijgen voor de gehele maatschappelijke agenda.

Onderaannemerschap

Een samenwerkingsverband van drie organisaties won. Het werd de Driemaster: een samenwerkingsverband van Participe (zorg en welzijn), Kwadraad (maatschappelijk werk) en Wijdezorg (zorg voor ouderen). Zij geven sinds 1 juli 2013 een wereld met collectieve voorzieningen vorm. Voor de organisaties die de aanbesteding niet hebben gewonnen, betekent het dat zij voor dat deel hun activiteiten moeten afstoten of moeten voortzetten in onderaannemerschap. Het betekent bovendien een enorme ommezwaai voor het gehele veld. Wethouder Schoonderwoerd: ‘De wereld van de individuele zorgtrajecten, die via AWBZ of zorgverzekeringswet worden gefinancierd, gaat heel klein worden. Straks formuleren we vanuit de Wmo collectieve opdrachten in de maatschappelijke agenda om te voorkomen dat mensen te snel in een individueel zorgtraject terechtkomen. Daarvoor is noodzakelijk dat we het netwerk van mensen gaan versterken.’ En dat betekent dat niet alleen de zorgorganisaties maar ook het verenigingsleven erbij betrokken dient te worden.

Stenen

Alle vrijwilligersorganisaties kregen het verzoek te bedenken wat zij wilden bijdragen aan de maatschappelijke agenda; het was een voorwaarde van de gemeente om ook in 2014 weer gewoon subsidie te ontvangen. Ideeën volop. Van de ongeveer 90 verenigingen in de gemeente, doen zo’n 70 mee. Pauline Portegies is van Wmo-uitvoeringsorganisatie Participe. Participe is een van de organisaties die in De Driemaster samenwerkt om de Maatschappelijke Agenda van Kaag & Braassem invulling en uitvoering te geven.

Portegies heeft de formulieren van de verenigingen voor zich liggen. ‘Voorlichting geven over de gevaren van drugs en alcohol aan jongeren en hun ouders door een jeugdsociëteit. Geen chips meer verkopen in de kantine van de sportvereniging. Muziekconcerten geven voor ouderen, bracht een muziekvereniging in. Er is zo enorm veel mogelijk. Wat we dit najaar doen, is vanuit De Driemaster kennismaken met alle verenigingen die willen bijdragen aan de Maatschappelijke Agenda van de gemeente om te zien wat we gezamenlijk kunnen gaan realiseren.

Mitsen en maren

Ook op het vlak van dagbesteding. Er zijn enkele bijeenkomsten geweest met een brede vertegenwoordiging uit het zorg- en welzijnsveld. Als mensen vanuit hun organisatie praten, gebeurt er niet zo veel. Maar zodra mensen los komen van hun eigen organisatie, ontstaan de mooiste ideeën, zegt Portegies.

Woon- en zorgorganisaties hebben veel stenen, zoals dat heet. Veel gebouwen dus, maar gebouwen worden in de nieuwe ideeën niet meer gesubsidieerd; alleen activiteiten komen daarvoor in aanmerking. Veel hangt samen met een slimme manier van organiseren, zo blijkt. Want mensen moeten bijvoorbeeld voor hun dagbestedingsactiviteit een eind reizen. Dat is naar verhouding een grote kostenpost en dat is in de huidige tijd een probleem. Het is natuurlijk voorstelbaar dat organisaties die nu zelf dagbesteding organiseren, er eigenlijk niet op zitten te wachten dat hun een stukje broodwinning hen wordt afgenomen. Zelfs niet als het elders goedkoper en misschien zelfs beter gebeurt.

Budgetten

Vertrekpunt voor Rob Vermeulen van Gemiva, een organisatie met wonen en zorg voor verstandelijk gehandicapten, is dat dagbesteding goed moet passen bij hun cliënten. ‘We omarmen het idee om dagbesteding dichtbij onze cliënten te organiseren. Zowel op inhoud als fysiek: de cliënt wil zichtbaar zijn in de samenleving en wil nuttig bezig zijn, en dan het liefst in het dorp waar hij of zij woont. Daar ligt voor ons het belang om nieuwe activiteiten te willen bedenken.’

Er is in Kaag & Braassem een aantal grotere zorgorganisaties die best wat budget kunnen vrijmaken, zegt Vermeulen. ‘Misschien niet in de vorm van geld. Maar dan wel in de vorm van menskracht. Als budgetten voor dagbesteding minder worden, moeten wij immers ook onze mensen aan het werk houden.’ Want dat de organisaties geen zak met geld meekrijgen om de nieuwe richting van dagbesteding vorm te geven, is duidelijk. De gemeenten worden immers met een bezuiniging geconfronteerd, als dagbesteding in 2015 in de Wmo wordt ondergebracht.

Wederkerigheid

Pauline Portegies denkt dat het zelfs voor minder geld kan, als ze het slim gaan organiseren. Dichtbij de cliënt dus, wat hoge reiskosten gaat schelen, maar ook door inzet van het verenigingsleven, met wie De Driemaster het gesprek aangaat over dagbesteding. Daar zit een gezonde wederkerigheid in, zo blijkt, want er is bij verenigingen altijd weer opnieuw behoefte aan nieuwe vrijwilligers. Van het trekken van strepen op sportvelden tot het schenken van koffie in de kantine. Worden cliënten van ggz-instellingen daarvoor ingezet, dan is het wel nodig om begeleiders daarin te trainen, benadrukt Portegies. Zij is al druk doende om een training voor die begeleiders op te zetten.

Het liefst gaat Portegies gewoon van start. Ze is er de persoon niet naar om zich door koudwatervrees of mitsen en maren te laten weerhouden. ‘Het is gewoon een spannend proces. Het is nieuw voor alle partijen. Ik denk dat we komend voorjaar moeten beginnen met enkele mensen die nu dagbesteding hebben. Bij verenigingen, maar dat kan ook bij de gemeente zijn. De groenvoorziening of op het gemeentehuis.’ Ook Rob Vermeulen van Gemiva is vol goede moed. ‘We moeten de samenwerking opzoeken met andere organisaties. Niet de hakken in het zand zetten, want dan gebeurt er niks. En we moeten nu al aan de slag om voorbereid te zijn op 2015.’

Kaag en Braassem is ‘In voor zorg!’