Archief voorfebruari 2014

Zorginstellingen zijn ouderwets

Beste mensen,

Van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij. We lezen er van alles over, maar wat bedoelen we nou precies? Wij gaan er vanuit dat wij met elkaar de maatschappij vormen. Het uitgangspunt is: iedereen hoort erbij. We willen dat iedereen daar naar wens en vermogen mee kan doen aan de samenleving.

Zorginstellingen zijn ouderwets

Op dit moment hebben we aparte scholen voor leerlingen met beperkingen en is er een sociale werkvoorziening voor mensen met een arbeidshandicap. Ook bestaan er nogal wat vooroordelen over ouderen en hun bijdrage aan de maatschappij. In de verzorgingsstaat hebben we voor ieder probleem een passende, op zich zelf staande oplossing, gevonden. Het werkt, maar is duur, vaak niet efficiënt en niet voldoende effectief. We gaan in het oude systeem uit van wat mensen niet kunnen. Mensen institutionaliseren en hun verantwoordelijkheid wordt afgenomen. In het nieuwe model ga ik uit van wat mensen nog wel kunnen. In Kaag en Braassem gaat het vanaf nu niet meer om zorgorganisaties, maar om het organiseren van zorg.

Lokaal activiteiten ontwikkelen

Dat moet anders. Ik wil op alle levensgebieden, zoveel mogelijk, af van het institutionaliseren en zoveel mogelijk normaliseren. Niet voor niets heeft de rijksoverheid drie grote decentralisaties aangekondigd op het gebied van werk, jeugd en zorg. Daar is een omgeving voor nodig die ruimte biedt aan mensen zoals ze zijn en ze niet direct uitsluit omdat er “iets” mee is. Dat vereist samenwerking, die niet kan worden afgedwongen, maar wel kan worden gestimuleerd. Samenwerking tussen de overheid, ondernemers, onderwijs, professionele (zorg)organisaties, verenigingen en inwoners. Bijvoorbeeld door te zorgen dat mensen niet meer per busje naar een instelling rijden voor dagbesteding, maar te zorgen dat in het eigen dorp ook mogelijkheden zijn om te komen tot een zinvolle invulling van de dag.

Veel verenigingen zijn bereid om een stap meer te doen dan alleen het verenigingsleven laten bloeien. In het vrijwillige kader hebben zij diverse klussen waar mensen met een arbeidsbeperking zeer welkom zijn. Om deze verbinding te laten slagen is er ook samenwerking nodig met instellingen, want zij beschikken over de deskundigheid om mensen met een arbeidsbeperking te begeleiden en te ondersteunen. Gewoon zichtbaar in de buurt en niet weggestopt binnen de muren van een verkokerde instelling.

En natuurlijk: Voor iedereen die zwaardere zorg nodig heeft zal dat aanbod er zijn en blijven. Hulp, zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig!

Zorg voor mekaar, zorg dichtbij. Dit is de missie van PRO Kaag en Braassem!

Greetz, Floris

Geen Veenderveld 2!

Beste mensen,

De Provincie Zuid-Holland heeft het voornemen om een nieuwe visie vast te stellen waarin de mogelijkheid wordt geboden om een nieuw bedrijventerrein, Veenderveld II, te realiseren in Roelofarendsveen. PRO Kaag en Braassem is vooralsnog geen voorstander van een nieuw bedrijventerrein. Eerst moeten allerlei andere opties worden overwogen en voorwaarden worden meegewogen voordat we gaan zoeken naar een eventuele locatie, niet per se Veenderveld II om werkgelegenheid te creëren.

Onze overwegingen om nu niet mee te werken aan een nieuw bedrijventerrein zijn:

PRO Kaag en Braassem is zuinig op het landschap;

We realiseren ons dat de gemeente uiteindelijk zal bepalen of er een bedrijven terrein zal komen. Dat doet de provincie niet. Wij maken bestemmingsplannen, die toetst de provincie of deze in haar visie past;

PRO Kaag en Braassem wil eerst Drechthoek II vullen en leegstand die dit veroorzaakt op Drechthoek I opnieuw vullen;

We willen de mogelijkheden aan de Floraweg en de Geestweg verruimen zodat hier meer mogelijkheden zijn dan alleen glastuinbouw;

Bedrijventerrein De Lasso wordt gerevitaliseerd. Daarna moet ook hier de leegstand worden opgevuld;

Nieuwe bedrijventerreinen worden pas mogelijk gemaakt als de regio ook helpt om de risico’s van de aanleg te dragen. Dit zou nieuw zijn in ons land, maar Kaag en Braassem is niet alleen verantwoordelijk voor de risico’s als we een regionale behoefte aan nieuwe bedrijventerreinen op ons nemen;

PRO Kaag en Braassem vindt niet dat Veenderveld 2 antwoord geeft op de regionale vraag naar nieuwe bedrijventerreinen, de behoefte hiervoor zit vooral op de as Leiden-Katwijk;

Ook lokale ondernemers staan (nog) niet te trappelen voor Veenderveld 2;

Veenderveld II is een politieke oplossing voor een crisis die D66 in Leiden heeft veroorzaakt;

Voor de lokale- en regionale vraag op lange termijn willen we dus eerst kijken of er nog andere mogelijkheden zijn;

Verruiming van mogelijkheden op Geestweg en Floraweg zijn nu van veel groter belang voor de bewoners en ondernemers daar. Nieuwe inkomsten, nieuwe bedrijvigheid, herstructurering, werk, wellicht recreatie;

Tot slot, een nuance over het fenomeen bedrijventerreinen: Veenderveld I vinden wij geen lelijk bedrijventerrein en bedrijventerreinen zijn goed als het gaat om werkgelegenheid. In onze gemeente zijn weinig banen en het creëren van vervangende werkgelegenheid voor de tuinbouw en agrarische sector zijn van groot belang voor de inkomenspositie van onze inwoners. Het is bewezen dat inwoners van een gemeente met veel werkgelegenheid een goede levensstandaard kennen.

Samengevat: PRO Kaag en Braassem zal bij de afweging het landelijke instrument van de ‘SER ladder’ gebruiken. Er moeten volgens die SER ladder 4 stappen worden doorlopen. 1) Noodzaak aantonen (die is er niet). 2) Beschikbare ruimte benutten (er is nog veel beschikbare ruimte). 3) Herstructureren (Lasso, Geest- Floraweg nog veel te doen). 4) Belang van het landschap afwegen (Kaag en Braassem is een Groene Hart gemeente die recreatieve potentie heeft. De belangen moeten groot zijn voordat wij een stuk Groene Hart zullen opofferen voor een nieuw bedrijventerrein. Stap 1 t/m 3 komen daarin eerst).

 Floris

Lokale politiek is achterhaald circus!

Beste mensen,

Voor u gelezen, op de site van TV West. Een mening van de Burgemeester van Noordwijk over het lokale politieke besluitvormingsproces. Zijn analyse klopt (om 20.00 uur is bekend wat men om 24.00 uur zal beslissen), en zijn idee vind ik lekker fris. Hieronder het artikel.

Floris

NOORDWIJKDe lokale politiek is een achterhaald circus dat in huidige vorm zijn langste tijd heeft gehad. De Noordwijkse burgemeester Jan Pieter Lokker wil via gemeentelijke internetfora een groep inwoners selecteren die mee mag praten en beslissen over wat voor plannen er in hun gemeente uitgevoerd moeten worden.

In de meeste gemeenten in Nederland worden nu eerst commissievergaderingen gehouden om een plan te bespreken. Daarna volgt vaak nog een discussie in een raadsvergadering. Volgens Lokker duurt het door die bijeenkomsten veel te lang voordat een besluit genomen wordt door eindeloze discussies. ‘Ik denk dat online besluiten sneller gaan dan van 20.00 tot 24.00 uur discussiëren.’ Lokker noemt de raadsvergaderingen discussies tussen doven.

Volgens de burgemeester van Noordwijk bespreken de lokale partijen een week voor een vergadering met hun achterban wat ze van een plan vinden. ‘Om 20.00 uur als een commissie- of raadsvergadering begint, worden standpunten verkondigd en om 24.00 uur zijn die niet veranderd’, illustreert Lokker. ‘Het is een goed georganiseerd rollenspel.’

Meebeslissen

Lokker wil korte metten maken met de huidige manier van politiek bedrijven in zijn gemeente. Hij vindt dat Noordwijkers niet alleen tijdens de verkiezingen echt mogen meebeslissen, maar bij elk plan. De burgemeester pleitte in zijn nieuwjaarstoespraak voor gemeentelijke internetfora. ‘Daarop kan gediscussieerd worden over een plan, maar ook moeten Noordwijkers de kans krijgen hun stem uit te brengen. Dit moet doorslaggevend zijn voor het besluit. De raad stelt alleen de spelregels op.’

De burgemeester wil een deel van de Noordwijkers aanschrijven mee te doen aan zijn plan. ‘Mensen kunnen dan op de fora inloggen met hun DigiD zodat alles eerlijk verloopt’, aldus Lokker die ermee wil experimenteren. Hij moet daarvoor nog de steun krijgen van de lokale politiek. ‘Als je burgers nog serieus wil nemen, moet je als raad lef tonen.’

Interview met student Bestuurskunde: ‘Misschien ben ik in maart wel werkloos’

Beste mensen,

Enkele weken geleden mocht ik een interview afgeven aan Johan van de Putten, student Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg. Hij volgt daar het vak Publiek Professionalisme en Goed Werk. Hij wilde van mij een portret maken aan de hand van verschillende thema’s. Onderwerpen die aan bod kwamen waren mijn achtergrond, werkzaamheden, motivatie, problemen en uitdagingen.

Dit (onderstaande) heeft hij ervan gemaakt.

Floris

“Ik ga niet over geld of stenen, maar ik ga over mensen”

“Is het goed als ik nog even een broodje ga halen, ik ben zo terug”, Floris Schoonderwoerd excuseert zich even. Enkele minuten later is hij alweer etend terug en heeft hij zijn broodje al bijna op. Met zijn drukke agenda is hij het gewend om snel en tussendoor te eten. Schoonderwoerd is wethouder samenlevingszaken in Kaag en Braassem en sjeest daarom van vergadering naar bespreking. Daarnaast brengt hij werkbezoeken aan bedrijven in de omgeving, maar Schoonderwoerd is niet alleen wethouder in het gemeentehuis en tijdens werktijden, eigenlijk is hij het 24 uur per dag, zeven dagen in de week. “Doordeweeks ben ik hier aan het werk, s’avonds moet ik naar vergaderingen en in het weekend wordt van mij verwacht dat ik bijvoorbeeld mijn gezicht een keer laat zien bij de toneelvereniging. Ik word vaak gebeld of aangesproken in de supermarkt. Dat is niet erg en hoort bij het werk, maar soms heb ik daar wel eens geen zin in. Voor mijn meisje is het ook wel eens vervelend, dan loop je samen in de supermarkt en zit er weer iemand tegen je aan te praten. Dus als ik snel een pak melk wil halen dan rij ik een gemeente verder.” Dan is hij sneller thuis dan als hij een bezoek brengt aan de dichtstbijzijnde winkel.

Dat mensen hem vaak aanspreken ziet hij niet als bezwaar en ook de lange dagen ziet de wethouder, ondanks dat hij en zijn vrouw een zoontje van twee hebben en de volgende onderweg is (red: inmiddels is baby Bram geboren), niet als een probleem. De wethouder lijkt er energie uit te halen. Zodra hij spreekt over alles wat de laatste jaren in Kaag en Braassem is bereikt, zie je zijn enthousiasme toenemen. Hij schuift naar voren op zijn stoel en begint te vertellen over de zorg: “Vooruitlopend op de komende decentralisaties zijn we een aantal pilots aan het doen. Lokaal met de infrastructuur die we als gemeente gesubsidieerd hebben, denk bijvoorbeeld aan sportverenigingen en dorpshuizen. Daaraan vragen we nu ‘u bent in het verleden vooral geweest voor mensen die niets mankeerden. Wilt u uw subsidie behouden dan vragen wij ook iets te gaan doen voor mensen die mankeren’. Dan maken we gebruik van de accommodaties en alle vrijwilligers die er zijn in al die dorpen zelf. Dan vliegen we de deskundigheid uit de instellingen waar de mensen naar toe gereden worden in, voor de zorg en de professionele ondersteuning. De rest is, dus de infrastructuur en de vrijwilligers, van dichtbij. We hopen dat de mensen langer thuis kunnen blijven en zorg bij huis kunnen krijgen.”

 “Mijn omgeving die zegt wel eens je bent hartstikke gek man”

De drive is bij de 35-jarige wethouder aanwezig, maar wat motiveert hem nou om te doen wat hij doet. “Mijn omgeving (vrienden) die zeggen wel eens je bent hartstikke gek man”, vertelt hij lachend. “De overheid is er voor goed onderwijs, de sociale zekerheid, voor het opkomen van kwetsbaren. De overheid is god vergeten goed geregeld in dit land, daar maken wij ons niet meer zo druk om. Het algemene beeld dat in Nederland dat nu een beetje ontstaat, is dat de overheid gaat over de benzineprijs, dat er teveel Turken in ons land komen, dat de drankleeftijd van zestien naar achttien gaat, maar dat is natuurlijk helemaal niet waar de overheid voor is.” Hij baalt ervan dat de in zijn ogen belangrijke thema’s in het gedrang komen, de overheid moet daar zuinig op zijn. “Niet op hoe het allemaal georganiseerd is, dat is niet heilig, maar wel dat je je verantwoordelijk voelt voor mensen die gaan dementeren of die van een steiger af zijn gelazerd, maar nog wel werk kunnen doen en niet per se in de bijstand hoeven. Dat vind ik dat je goed moet doen.” Om die dingen duidelijk te maken, daar haalt de wethouder zijn motivatie uit. “Waar we het over hebben, waar we over klagen is niet waar het over gaat. Dat is een soort motivatie voor mij om actief te zijn en ook altijd in elke voetbalkantine en op verjaardagen het gesprek aan te gaan.”

 Als jongere was hij al maatschappelijk betrokken en liet hij zijn mening horen. Zo werd Schoonderwoerd op zijn vijftiende voorzitter van het jongerencentrum in Oud Ade. Het plaatsje waar de wethouder opgroeide en één van de elf dorpen waar Kaag en Braassem uit bestaat. “Het gebied waarin ik woon dat fascineert mij mateloos. Hoe dat is geregeld, hoe dingen gaan, wat je als individu niet kan, wel samen voor elkaar kunt krijgen. De overheid is per definitie voor onderwerpen die je alleen niet kan. Dat je die met elkaar moet oppakken en hoe je dat op de beste manier kan doen. Dat zit er wel van jongs af aan in.” Na drie jaar werd hij politiek actief bij de PvdA als commissielid in de commissie welzijn. Deze commissie adviseerde de gemeenteraad over jeugd-, cultuur- en sportonderwerpen. Ondanks zijn maatschappelijke betrokkenheid was het voor hem geen droom om wethouder te worden. “Ik wist eigenlijk nooit wat ik wilde worden.” Daarom koos hij voor de gezelligheid en de school waar een paar van zijn vrienden naar toe gingen. “Ze gingen een automonteuropleiding doen. Dus ja, daar heb ik een papiertje voor, maar ik weet er echt niks van. Als mijn auto wat mankeert dan breng ik hem weg.” Vervolgens is hij begonnen aan de opleiding marketing en communicatie. “Hartstikke breed, maar niet afgemaakt. Dus ik ben zo’n voortijdige schoolverlater, maar uiteindelijk als je dingen wil en je hebt een drive dan kun je dingen bereiken. Dat leer je niet op school, dat leer je buiten.” 

Schoonderwoerd speelde in een bandje en hij was degene die ervoor zorgde dat ze overal konden optreden. Later deed hij dat voor twee andere bands in Leiden, omdat hij daar goed in was. Was bladmanager van een boek voor schoolverlaters waarin bedrijven en opleiders zich presenteerde als hulp bij de orientatie op de toekomst en kwam in de leidinggevende functie bij de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld (van het lieveheersbeestje). Het zijn kwaliteiten die hem in zijn politieke carrière van pas komen. Na zijn rol als commissielid groeide hij door tot raadslid. Schoonderwoerd zat twee periode in de gemeenteraad van Alkemade, de voorloper van Kaag en Braassem. “Ik kan wel adviseren over het jeugdbeleid, maar ik vind van andere dingen eigenlijk ook wel wat en dan ga je er een beetje tegenaan bemoeien en vervolgens rol je door.” Inmiddels is hij doorgerold tot wethouder samenlevingszaken. De 35-jarige gaat over zorg, sociale zaken, werk, inkomen, cultuur en sport. Zelf zegt hij: “Ik ga niet over geld of stenen, maar ik ga over mensen. Wat mij betreft de kern van de overheid en dat is heel mooi als je, je daar in je dagelijkse werk mee bezig mag houden en een verschil kunt maken.”

Als gevolg van de decentralisatie van de overheid worden dat steeds meer onderwerpen, veel overheidstaken worden overgedragen aan gemeentes. In Kaag en Braassem zijn ze bezig om de sociale werkvoorziening te reorganiseren. Nu is het zo dat mensen met honderden tegelijkertijd in een gebouw langs de snelweg worden gestopt en heel de dag pyjama’s of chocolade moeten inpakken. Als het aan Schoonderwoerd ligt, worden ze op een zo’n regulier mogelijk werkplek geplaatst. Zodra de wethouder daarover aan het woord is, beginnen zijn ogen te twinkelen. “We zijn nu een poule aan het maken met grote werkgevers. Duinrell heeft in de zomer veel laag geschoolde seizoensplekken.” Andere voorbeelden zijn Bakker in Hillegom, dat is een bedrijf dat tulpenbollen verpakt en per post de hele wereld rond verstuurd en in Katwijk zit een haringboer die vier maanden per jaar haringen inpakt. De wethouder heeft contacten met die bedrijven om ervoor te zorgen dat mensen van hier dat werk kunnen doen, in plaats van dat er bijvoorbeeld Polen worden ingevlogen. “Er zijn dan waarschijnlijk meer mensen nodig, want de productiviteit ligt lager. Als we afspraken maken met die werkgever over het resultaat dat bereikt moet worden en dat we ze verder ontzorgen. Het hoe en met wie we dat doen, nemen we ze uit handen. Je ziet dan dat die mensen niet meer in die doos naast de snelweg met zijn vijfhonderden pyjama’s in moeten pakken, maar dat ze gewoon op een reguliere werkplek zitten.”

Schoonderwoerd ziet in de decentralisatie en de bijkomende taken kansen. Alleen de bijkomende regels leveren kleine frustraties op. “Geef ons nou de taken en de verantwoordelijkheid, maar ook de vrijheid om het goed te organiseren. Geef ons een omschoolbudget, maar zeg dan niet dit moet in ieder geval dan zo blijven.” Behalve de bijkomende regels is er nog een probleem voor de gemeentes. Ze krijgen er wel taken bij, maar geen geld om de nieuwe taken op een goede manier uit te voeren. Daarom zijn ze in Kaag en Braassem afgestapt van het beleid. Alle nota’s zijn door de shredder gegooid. “We zijn gaan kijken naar wat is de taak die gemeente heeft voor de komende jaren en wat is het budget dat daar bij hoort. Welke focus moeten we dan kiezen? We hebben alle subsidies opgezegd en zijn ons opnieuw gaan oriënteren wat onze rol is. Als je al die nota’s weglazerd, heb je opeen een hoop geld dat los is en waar je van alles mee kunt doen.” Vervolgens is een analyse gemaakt hoe de gemeente eruit ziet en waar het voor staat. Wat gaat goed, wat gaat fout en wat zijn de nieuwe taken. Dat heeft geleid tot doelstellingen op zes terreinen. “Eigenlijk is dat wel het gaafste resultaat van de afgelopen tijd. Toen het proces door de gemeenteraad kwam, was iedereen blij. Nu manifesteren zich de gevolgen. Er zijn een aantal verenigingen, dat heel veel vrijwilligers hebben en ook echt leuke dingen doen, die altijd subsidie kregen van de gemeenten en die draagvlak hebben in het dorp, maar die nu op basis van de lijn die we hebben gekozen geen subsidie meer krijgen.”

 “Misschien ben ik in maart wel werkloos”

Dat levert soms kritiek op. “Ik heb een collega wethouder en die laat dat van zich afglijden, dat hoort bij het werk. Ik kan dat niet. Als ik drie zeikmails op een dag krijg of iemand belt kwaad op, dan heb ik daar wel even last van. Dan denk ik, ik ben nog gestoord ook. Ik ga mijn energie en betrokkenheid ergens anders in stoppen. Je wordt verantwoordelijk gehouden voor alles voor wat de gemeente doet. Ik doe de sociaal maatschappelijke portefeuille, maar als de weg open is gebroken of het is een zooitje, dan wordt je er wel op aangesproken, ook al heb ik er niks mee te maken.”

 Vanuit de raad is er in ieder geval steun voor Schoonderwoerd. Zelfs de oppositie is het tot op heden eens met het gevoerde beleid. Al zijn voorstellen zijn unaniem aangenomen. “We hebben pas na tweeënhalf jaar echt grote wijzigingen in focus gemaakt.” De vruchten daarvan zijn nu te plukken. “Ik hoop dat het mij gegund is, om door te gaan.” Over een paar maanden komen er verkiezingen aan. “Ik wil graag door en ik heb goede hoop.” Hij staat op en loopt naar het raam. Buiten lopen de mensen die op zijn partij moeten gaan stemmen. De wethouder gaat niet meedoen met de PvdA, maar met een toegankelijkere progressieve lijst PRO Kaag en Braassem. Mensen zijn vaak wel betrokken, maar willen geen sticker van een bepaalde partij opgeplakt krijgen. “Het gaat niet om de partij, de partij is slechts een middel om een doel te bereiken.” De nieuwe structuur kan er toe bijdragen dat de kloof tussen overheid en inwoner kleiner wordt. Dat was voor Schoonderwoerd een reden om mee te doen deze groep op te richten.  De voorbereidingen voor de verkiezingen zijn volop bezig. “Ik ga als lijsttrekker de verkiezingen in. Het woord is aan de kiezer en daarna zien we het wel. Misschien ben ik in maart wel werkloos.”