Archief voormei 2014

Verandering is het enige constante

Beste mensen,

De verkiezingen zijn achter de rug. Het college is gevormd. We zijn begonnen. In een snel veranderende wereld komt de gemeente, en daarmee de gemeenschap, de komende jaren voor grote veranderingen te staan. De gemeente is straks verantwoordelijk voor ondersteuning en begeleiding van de meest kwetsbaren bij de zorg thuis, op de arbeidsmarkt en in de jeugdzorg. Taken die nu door de Rijksoverheid worden gefinancierd en georganiseerd, liggen straks op ons lokale bordje.

De gemeente krijgt in ruil voor deze verantwoordelijkheid niet de middelen mee die Den Haag hieraan uitgeeft. Dit zal niets anders inhouden dan dat waar de gemeente nu voor verantwoordelijk is, straks de verantwoordelijkheid van de gemeenschap wordt. Kostbare zorg voor kwetsbaren wordt vanaf 2015 de nieuwe kerntaak van de gemeente. 

Omdat wij in elk dorp prachtige voorzieningen hebben (vaak fors gesubsidieerd), ligt er niet alleen een kans zaken anders op te pakken en te organiseren, maar vooral een noodzaak. De taak van de gemeente zal fundamenteel veranderen. Het aanbod van voorzieningen dat nu in onze dorpen aanwezig is kan verschuiven. Daar waar besturen, beheerders van accommodaties, verenigingen en stichtingen, nóg meer dan nu het geval is, hun rol pakken, blijven die voorzieningen in de toekomst in beeld bij het verdelen van de collectieve middelen. Denk hierbij aan subsidies.

Wat zou het mooi zijn: lokale sportverenigingen en dorpshuizen met al hun vrijwilligers, inzetten voor het accommoderen van een activiteitenaanbod van kwetsbaren ouderen. Kunnen muziekverenigingen een aanbod creëren voor licht verstandelijk beperkten? Zijn onze sportvelden, die overdag leegstaan, niet geschikt te maken voor walking-football (1/4 veldjes, verplicht altijd 1 voet aan de grond, voor 55+)? En is dat ook geen potentiële doelgroep nieuwe leden?  

Mijn meetlat is de komende jaren die van de kwaliteit van de leefgemeenschap. Beter één goed functionerend centrum zonder dure leegstand, dan in elke kern een overaanbod van voorzieningen die op termijn amper levensvatbaar zijn. Dit vereist de komende jaren een andere aanpak en een andere manier van denken.

Stoppen met het negeren van maatschappelijke ontwikkelingen en actief aan de slag met structurele oplossingen. Niet meer pappen en nathouden, maar actief de gemeenschap opzoeken. Dit bespreekbaar maken. Luisteren, uitdagen om mee te denken, gezamenlijk met oplossingen komen en helpen met de realisatie daarvan. De leefbaarheid van de gemeenschap moet centraal staan. Niet de individuele vereniging of accommodatie. Vanuit een brede discussie over leefbaarheid ontstaan integrale oplossingen waarmee de gemeente, de dorpen en de verenigingen inspelen op alle veranderingen.

Iedereen die de veranderende wereld erkent, krijgt meer invloed bij de beleidskeuzes die de gemeente gaat maken. Ik nodig iedereen daartoe uit. Laat los wat is geweest. En heb vertrouwen in wat kan zijn. Dat is de opgave voor de komende jaren.

 Floris

Gemeenten schieten SWA te hulp

Leidsch Dagblad, 26 mei 2014

RIJN en VEENSTREEK – De gemeenten Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop helpen de Sociale Werkvoorziening Alphen (SWA) uit de brand. De SWA is een productiebedrijf en houdt voor de gemeenten onder andere het groen bij. Vorig jaar kwam het bedrijf 590.000 euro tekort. Doordat de gemeenten extra werk hebben voor de SWA, verwacht de directie in 2015 en 2016 wel in de plus uit te komen.

,,Vorig jaar was lastig’’, legt directeur André Posthoorn uit. ,,De economische crisis kwam behoorlijk voorbij.’’ Samen met de bezuinigingen van overheden was dat geen fijne cocktail voor de sociale werkvoorziening. Het is één van de grootste werkgevers van Alphen, met ruim zeshonderd personeelsleden, dus die zes ton slaat geen groot gat. ,,Het is een klein deel, maar elk tekort doet zeer’’, geeft Posthoorn aan.

De positieve verwachtingen voor volgend jaar en 2016 zijn te danken aan Kaag en Braassem, Alphen en Nieuwkoop. De SWA heeft gelobbyd bij de gemeenten voor meer geld. Het bleek mogelijk om meer werk te doen voor deze aangesloten overheden. ,,De SWA doet voor ons nu het groenonderhoud van een extra wijk’’, vertelt wethouder Floris Schoonderwoerd van Kaag en Braassem. ,,Het bedrijf houdt nu ook onze gebouwen nu schoon en we huren de SWA in voor om mensen met een bijstandsuitkering klussen te laten doen.’’ Waarom heeft de gemeente daartoe besloten? ,,We voelen ons verantwoordelijk. Dat zijn we ook volgens de wet. Maar het gaat ons er vooral om dat deze werknemers het meest kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Daarom willen we ze ondersteunen en een plek bieden.’’ Posthoorn constateert: ,,Mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt krijgen hierdoor meer kansen.’’

De lucht is hiermee helaas voor de SWA nog niet helemaal geklaard. Sociale werkvoorzieningen in het hele land zitten namelijk in onzekerheid over de toekomst. De Tweede Kamer heeft pas een nieuwe wet aangenomen, die het huidige systeem naar de prullenmand verwijst. Daarvoor in de plaats komt de participatiewet. ,,De contouren zijn duidelijk’’, vindt Posthoorn. ,,Wat de invulling precies wordt, moet nog blijken. In ieder geval gaan gemeenten vanaf 2015 een grotere rol spelen.’’ En dat er ook een bezuiniging aan vast hangt, was al langer bekend. Het extra werk van de gemeenten is tijdelijk, namelijk tot het nieuwe systeem in gaat.

Inspraak provincie over inperken bouwmogelijkheden kleine kernen

 Beste mensen,

Enige tijd geleden heb ik als lijsttrekker/fractievoorzitter van PRO Kaag en Braassem een zienswijze verzonden naar de provincie Zuid Holland over de Nota Mobiliteit & Ruimte. U treft deze zienswijze op de site van PRO Kaag en Braassem. Gisteren (21 mei) was er bij de provincie de mogelijkheid de zienswijze toe te lichten. Raadslid Esther Draijer is daar namens PRO Kaag en Braassem heen gegaan en heeft onderstaande daar gebracht.

Floris

 

Goedemorgen,

Mijn naam is Esther Draijer, raadslid van PRO Kaag en Braassem en gemandateerd door Floris Schoonderwoerd, indiener van onze zienswijze, om hier aan u nog een korte toelichting te geven. Ik mag deze toelichting ook geven namens onze collega raadsfractie van Samen Voor Kaag en Braassem.

Allereerst wil ik mijn bewondering uitspreken voor de snelheid waarmee Gedeputeerde Staten (GS) antwoorden heeft gegeven aan de enorme hoeveelheid zienswijzen en vooral voor de manier waarop er met al die zienswijzen is omgegaan. Er is voor gekozen de nota op een flink aantal fundamentele onderdelen aan te passen. Er is geluisterd naar de inwoners provincie, en dat is mooi. Er is écht gebruik maken van de kracht, de kennis en de betrokkenheid van de inwoners.

Toch willen wij dit moment van inspraak nog gebruiken om onze zorgen uit te spreken, en extra aandacht te vragen, over wat wij in Kaag en Braassem ‘het krimpfolie’ zijn gaan noemen.

Er zijn voornemens de rode bebouwingscontour, die vaak nog wat ruimte gaf aan de randen van onze kleine kernen, in te ruilen voor een grens van het ‘bestaand stads- en dorpsgezicht’. Er komt bij wijze van spreken een krimpfolie om de huidige bebouwing heen. Alle vrijheden buiten die grens vervallen.

Na de inspraak heeft GS er voor gekozen de uitvoering hiervan te versoepelen ten opzichte van eerste concept, dat is goed nieuws. Maar nog steeds geven, met name gemeenten met veel kleine kernen, een aantal zekerheden en vrijheden op. Hier komen onzekerheden en inperkingen voor terug.

Juist in kleine dorpen als bijvoorbeeld Hoogmade, Rijpwetering, Oud Ade en Rijnsaterwoude zijn kleine uitbreidingsmogelijkheden -in het verleden vaak zwaar bevochten- essentieel om de leefbaarheid (en daarmee de identiteit) te waarborgen en het lokale voorzieningenniveau te ondersteunen.

Met name in die kleinere kernen tref je een eenzijdig woningaanbod. Soms wel 95% van het woningbestand betreft eengezinswoningen. Ook zien we dat misschien wel de helft van die gezinswoningen de komende jaren door één of twee senioren bewoond zullen gaan worden. Historisch zo gegroeid, nu een gegeven..

Voor de nabije toekomst is er in dit soort dorpen ruimte en vrijheid nodig voor het bouwen van met name ontbrekende woningtypen; aan starters-, senioren- en zorgwoningen is daar een schreeuwend gebrek. De participatiemaatschappij, zoals beoogd door het Kabinet, functioneert in dit soort kleine kernen al jaren. De uitgangspunten ‘Zorg dichtbij’ en ‘Zorg voor elkaar’ zijn hier al jaren actueel. De gewenste eigen kracht, zelfredzaamheid en nóg meer verantwoordelijk voor inwoners in deze kernen kunnen we prima aan. Alleen is een gemengde bevolking daarvoor nodig. Laat mensen dichtbij hun netwerk en stel dure professionele zorg uit.

Met andere woorden;

Wij missen 1) een visie op kleine kernen en 2) de koppeling van de fysieke thema’s (waar de nota ruimte en mobiliteit volop over spreekt) met de sociale thema’s (de onderwerpen waar de gemeenten straks de verantwoordelijkheid voor krijgen (decentralisaties).

Het inperken van vrijheden en mogelijkheden op het fysiek/ruimtelijk domein zal de antwoorden op de sociale lokale opgaven verder weg brengen.

Ruimte voor zorg, senioren en starterwoningen om de eengezinswoningen beschikbaar te krijgen voor gezinnen. Dat geeft kleine kernen lucht en zou van visie getuigen. Wij roepen de statenleden op hierover straks het debat te gaan voeren met GS en met elkaar.

Een tegenwerping vanuit GS zou nu kunnen zijn dat zij hierin al bewogen hebben ten opzichte van hun eerdere concept en dat ‘als gemeenten regionaal afstemmen er nog steeds van alles buiten de BSD kan’. Echter, realiseert u zich dan dat een regionaal akkoord krijgen om ‘een complete mooie polder in het Groene Hart vol te bouwen met bedrijven vanuit en regionale opgave’ waarschijn lijk gemakkelijk zal gaan dan een regionaal akkoord ‘om de leefbaarheid in een specifieke kleine kern als Hoogmade of Oud Ade te waarborgen’ naar de toekomst toe.

Geef gemeenten ruimte en de vrijheid om binnen de restricties van de huidige rode contour die er nu al zijn de mogelijkheid om, in overleg met de inwoners van dorpen, tot maatwerk te komen. Vul het provinciaal beleid aan met een visie op kleine kernen en koppel de ruimtelijke/fysieke wet- en regelgeving aan de sociale opgaven.

Tot zover onze oproep. Wij wensen u veel wijsheid bij de besluitvorming en danken u voor de geboden gelegenheid.

Loslaten en sturen op resultaat bij maatschappelijke aanbesteding

Beste mensen,

Op de website www.gemeente.nu is een artikel verschenen over de samenwerking die Kaag en Braassem is aangegaan met de gemeente Alphen aan den Rijn en de gemeente Nieuwkoop bij de inkoop van ‘sociale participatie’. Om kort te gaan: vanuit Den Haag is er nu een aanbod van bijvoorbeeld dagbesteding georganiseerd voor kwetsbare doelgroepen. Dit is er in vele vormen en voor verschillende groepen mensen. Vanaf 2015 zal dit een gemeentelijke verantwoordelijkheid worden. In onze manier van inkopen proberen we de samenwerking/integratie te bevorderen tussen ‘wat er al is in in de dorpen’  en het deskundige aanbod van nu. Hieronder het artikel!

Floris 

Eisen inkoop participatie op 2 A4’tjes

Meer participatie door aanbestedingen voor de Wmo en de Participatiewet. Hoe doe je dat? “Ambtenaren worden veel meer contractmanagers.”

Het is een krappe deadline: 1 januari 2015. Dan zijn gemeenten verantwoordelijk voor de sociale participatie. Het gaat om de meeste, nieuwe taken die onder de Wmo vallen en om de tegenprestatie die hoort bij de Participatiewet. “Voor wat de betreft de nieuwe taken voor de Wmo gaat het om begeleiding groep, kortdurend verblijf en begeleiding individueel”, informeert Alphen aan den Rijn via de gemeentelijke website.

“De gemeenten Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Alphen aan den Rijn kiezen voor een ontkokerd stelsel van sociale ondersteuning”, is het verhaal. “Wij willen onze partners stimuleren tot samenwerking en graag slim verbindingen leggen tussen nieuwe taken als dagbesteding, begeleiding en de tegenprestatie. Op deze wijze kunnen we inwoners in één keer de ondersteuning bieden die nodig is.”

Dit alles onder de noemer: sociale participatie. Vraag is dan nog wel hoe je dit bij de inkoop van zorgtaken gaat regelen. “In ieder geval door heel bewust te kiezen voor één pakket voor de nieuwe taken”, zegt programmamanager Rike van Oosterhoudt van de gemeente Alphen aan den Rijn.

Marktverkenning

Tijdens de marktverkenning van de gemeenten zijn onder meer de voorlopige uitgangspunten bij het organiseren van de taken geformuleerd (zie bijlage). Tijdens verschillende informatiebijeenkomsten zijn veel vragen op tafel gekomen. Ook is er gediscussieerd aan de hand van stellingen. Eén van de aandachtspunten was de positie van de cliënt niet uit het oog te verliezen tijdens de organisatorische ontdekkingstocht.

Uit een presentatie blijkt dat de focus moet liggen op de “hoogst haalbare vorm van ‘meedoen’ binnen redelijke termijn en kosten”. Een presentielijst laat zien dat een veelheid aan partijen meedenken over het uiteindelijke plan van aanpak.

Uit de beleidskaders blijkt dat de transities ontkokerd worden benaderd, in ieder geval op papier. Werk, Wmo en Jeugdzorg worden in samenhang met elkaar besproken in de sociale agenda. De zo onderhand vrij bekende 3D-aanpak vormt de leidraad voor de nieuwe taken.

Loslaten

De drie gemeenten zoeken nadrukkelijk naar één samenwerkingsverband voor de taken, wat op verschillende manieren kan worden ingevuld door een groep zorgaanbieders. De gemeenten hebben één contract in de aanbieding. Als het gaat om de uitvoering van de taken wordt daadwerkelijk losgelaten, stelt Van Oosterhoudt.

Dat was meteen een belangrijke uitdaging: het loslaten. Hoe doe je dat, eigenlijk? “Onder andere door telkens de vraag te stellen waarom we extra eisen zouden stellen”, zegt de programmamanager. Maar als er straks vragen van raadsleden en inwoners komen? “Dan leggen we uit dat de aanbieders het beste kunnen bepalen hoe de ondersteuning georganiseerd wordt.” Als gemeente heb je niet alle antwoorden in huis, is de stelling.

Slimme verbindingen maken. Integraal werken. De praktische invulling van dit begrippen ligt straks bij de opdrachtnemers. “Het is best een beetje pionieren”, zegt Van Oosterhoudt. “We moeten niet in de regelreflex schieten.”

Ambtenaren zullen straks veel meer tijd besteden aan contractbeheer dan nu het geval is. Het voordeel van de keuze de opdracht niet op te knippen: “Onze ambtenaren gaan één contract managen. Het bewaken van het budget wordt eenvoudiger.”

Er zal veel tijd gaan zitten in het contact met de aanbieders; volgens de programmamanager ook omdat het voor de opdrachtnemers vaak ook zoeken is naar zo succesvol mogelijke werkwijze.

Sturen

De insteek is te sturen op resultaten. Dat bleek tijdens het aanbestedingsproces nog flink wat vragen op te roepen. Die visie geeft opdrachtnemers een andere rol dan ze gewend zijn. Wat is het traject en de prijs per traject, was een vraag. “Dat vinden wij niet relevant.” Het gaat om de inhoud en dat is aan jullie, was het antwoord vanuit de gemeenten.

Wennen dus, hoewel er net zo goed aanbieders zijn die juist graag op deze manier aan de slag gaan. “Tijdens bijeenkomsten zag je ook een soort speeddates ontstaan van aanbieders die met elkaar wilden samenwerken.” Het geeft Van Oosterhoudt vertrouwen in de nabije toekomst, maar niets is zeker. “Maar goed, dat is bij klassieke aanbestedingen ook het geval.”

Model

De gemeenten kiezen voor maatschappelijk aanbesteden. Het gaat niet om een strak model dat bol staat van randvoorwaarden. “Als gemeente willen we zelfredzaamheid stimuleren en hulp bieden waar nodig. Dat is de basis. Verdere voorwaarden beslaan niet meer dan twee A4’tjes. Voor de praktische kant van de opdracht hebben we meer tekst nodig.”

Eind mei wordt de opdracht gepresenteerd en geplaatst op TenderNed. In juli vindt de beoordeling plaats. “Dan wordt het spannend.” Tijdens de nazomer zullen verdiepende gesprekken met de potentiële opdrachtnemer aanbieders worden gevoerd. In september volgt de gunning.

12 MEI NIEUWE COLLEGE GEÏNSTALLEERD

Op maandag 12 mei wordt het nieuwe college geïnstalleerd. Dit gebeurt aan het einde van de raadsvergadering. Vanaf dat moment zijn de nieuwe bestuurders officieel in functie. De punten op de agenda van de raadsvergadering worden nog door het zittend college behandeld. Het afscheid van 3 vertrekkende wethouders is op 26 mei.

De portefeuilleverdeling van de wethouders ziet er als volgt uit:

Floris Schoonderwoerd (loco-burgemeester): Wonen, zorg, welzijn en vervoer; economie en werk; coördinerend wethouder 3 decentralisaties en Maatschappelijke Agenda; Kernen in hun Kracht; herijking MRSV; onderwijshuisvesting.

Henk Hoek: Middelen (inclusief financiën); grondzaken en (maatschappelijk) vastgoed; jeugd en onderwijs (inclusief decentralisatie); sport; Beukenlaan, Nieuwe Wetering Noord en Hussonshoek; projecten; aanbesteding openbare ruimte.

Yvonne Peters: Milieu/duurzaamheid; groen, natuur, landschap en cultuur; recreatie en toerisme; land- en tuinbouw/greenports; dienstverlening; communicatie/burgerparticipatie; wijken en kernenbeleid; vernieuwing; Braassemerland; Centrumplan Leimuiden en Drechthoek; toezicht en handhaving voor het gedeelte dat onder ruimtelijke ordening valt.

Harry van Schooten: Leefomgeving (openbare ruimte – exclusief aanbestedingen); verkeer; ruimtelijke ordening (inclusief vergunningen); Roelofarendsveen Zuid.

Marina van der Velde-Menting: Personeel en organisatie; ICT; coördinatie dorpsraden; regiozaken; toezicht en handhaving (gedeelte APV); wettelijke taken; Schiphol/geluidshinder; aandeelhoudersvergaderingen (beleidsdeel bij portefeuillehouder); openbare orde en veiligheid, RDOG; gemeentelijke basisadministratie/verkiezingen); APV; gebouwenbeheer.