Archief voorapril 2016

“Ze moeten de taal leren”

Beste mensen,

Heeft u wel eens een vreemde taal geleerd? Gewoon één met een herkenbaar alfabet? Of een taal die je van rechts naar links of van boven naar beneden moest schrijven? Met een grammatica die geen enkel aanknopingspunt heeft met onze Nederlandse grammatica? Kunt u zich voorstellen hoe frustrerend dat kan zijn?

Zo voelt dat vaak voor mensen die uit Irak, Iran of Syrië naar Nederland komen en een totaal nieuwe taal moeten leren. Vaak in een schrift dat ze niet kennen. Het is nodig. Integratie kan pas slagen als er contact is. Contact kan er pas zijn als mensen elkaar kunnen verstaan; elkaars verhalen kunnen horen. Als er communicatie is. Het vinden van een baan kan pas lukken als nieuwe Nederlanders de taal spreken. Een hele moeilijk opgave waar wederzijds geduld en doorzettingsvermogen voor nodig is.

Inmiddels verblijven er tienduizenden Syrische asielzoekers in ons land die wachten op een verblijfsvergunning. Zij hebben er niet vrijwillig voor gekozen hun land te ontvluchten. Velen hebben een heftige reis achter de rug. Maken zich zorgen om hun familie die nog in Syrië zit of in één van de vluchtelingenkampen in de regio verblijft. Zij zitten lang in onzekerheid over hun status of waar ze gaan wonen. Niet de beste omstandigheden om open te staan voor een compleet nieuwe taal. Maar als ze een plek willen krijgen in de Nederlandse samenleving dan zullen ze wel moeten. Welke leeftijd ze ook hebben. Welke achtergrond en opleiding ze ook uit hun geboorteland meenemen. Langdurig niets doen in een opvangcentrum helpt daar niet bij. Ze lopen grote achterstanden op bij de integratie in Nederland als ze pas beginnen met taallessen nadat er zekerheid is over hun status.

En daar gaat het fout in Nederland. Vanwege overvolle AZC’s (asielzoekerscentra) verblijven duizenden vluchtelingen in sporthallen en noodopvanglocaties. Den Haag heeft ervoor gekozen om voor deze mensen, wiens procedure nog moet beginnen, een ‘sobere opvang’ te organiseren, zonder franje. Deze mensen mogen geen vrijwilligerswerk doen, geen stage lopen, niet meedoen aan het reguliere Nederlandse ritme en niet beginnen met taallessen. Ze mogen geen onderdeel worden van de maatschappij omdat ‘mensen zich kunnen hechten en wellicht terug moeten’. Realiteit is, dat van de huidige instroom van asielzoekers 85% aantoonbaar uit een oorlogsgebied komt en mag blijven. We hebben vanwege de lange wachttijden deze mensen maandenlang geleerd niets te hoeven doen, niets te hoeven bijdragen, het bed niet uit te hoeven en de taal niet te mogen leren. Deze nieuwe Nederlanders komen door ons eigen beleid onbemiddelbaar de gemeenten in na het ontvangen van een verblijfsvergunning.

Mijn stelling is dat we dat jaar waarin vluchtelingen wachten en/of in procedure zitten, beter kunnen benutten. Veruit de meeste vluchtelingen hoef je niet te vertellen dat ze Nederlands moeten leren, ze willen niets liever, hoe ingewikkeld ook. Een procedure jaar duurt lang, het geduld wat nodig is voor het leren van onze moeilijke taal doet dus geen pijn. Laten we ervoor zorgen dat mensen de taal spreken op het moment dat ze een verblijfsvergunning krijgen en zo direct te bemiddelen zijn naar werk, een gesprek kunnen hebben met de buren en het besef hebben van de Nederlandse normen en waarden door actief geweest te zijn in stages en educatieve activiteiten.

Ik ben, na vele gesprekken de afgelopen maanden met nieuwe Nederlanders, overtuigd van de gretigheid van hen om zo snel mogelijk mee te mogen gaan doen in de Nederlandse samenleving. Een uitnodigend beleid helpt daarbij beter dan een verbod op onderwijs, werk en deelname aan het normale leven. Ik hoor het vaak: “Ze moeten de taal leren”. Dat moeten ze zeker!

Greetz, Floris

 

Blijf af en blijf weg

Beste mensen,

De jaarrekening 2015 is bijna klaar. Het jaaroverzicht. We kijken in dit jaaroverzicht terug naar 2015, zowel financieel als beleidsmatig. Hebben we de resultaten gehaald zoals afgesproken en hebben we dat binnen de financiele kaders gedaan? Deze jaarrekening is extra bijzonder, omdat dit de eerste jaarrekening is die terugblikt op een jaar met allerlei nieuw gemeentelijke taken. In heel Nederland zie je nu jaarrekeningen met grote verschillen tov de begroting. We kregen namelijk nieuwe taken, maar ook nieuwe budgetten. Nieuwe budgetten die verdeeld zijn op basis van verdeelmaatstaven die niet altijd (altijd niet) direct gerelateerd zijn aan daadwerkelijk gemaakte uitgaven in die gemeenten. Ook in onze gemeente zal je die (forse) verschillen straks zien. Bij het duiden van deze verschillen trof ik in het VNG Magazine een toepasselijke comlumn: ‘Blijf af, blijf weg’. Een column van Kirsten Veldhuijzen, zij is bestuurskundige en coördinerend adviseur van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob) en de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv).Verplichte kost voor lokaal bestuurders en ook zeker van toepassing op Kaag en Braassem.

Greetz, Floris.

BLIJF AF, BLIJF WEG

“Een nachtmerrie voor menig wethouder Sociaal Domein: er blijft geld over. Er is te weinig zorg verleend, het had meer kunnen zijn, roept de oppositie. Gemeenten komen prima uit, decentraliseren is haalbaar en betaalbaar, constateert het kabinet. Lastige lobby, vindt de VNG. En het duurt niet lang of de eerste met Wmo-geld betaalde lantaarnpaal wordt gesignaleerd.

Dit is gedoe van het treurige soort, want ontijdig. Zelden waren cijfers zo nietszeggend. Ze zijn geen indicatie voor zorggebruik en ze zijn ook niet maatgevend voor succes of falen van de lokale verzorgingsstaat. De vormgeving daarvan is nog in vol bedrijf. Wat nu zichtbaar wordt, zijn resultaten uit een verder verleden gecombineerd met nieuwe financiële verdeelmodellen.

Wie succes of falen van de decentralisaties wil afmeten aan de uitgaven daarvoor, komt sowieso bedrogen uit. Nu en straks. De hele operatie gaat gepaard met een verandering waarvan de betekenis veel groter is dan het verleggen van verantwoordelijkheden naar het lokale: rechten zijn ingeruild voor voorzieningen. Wat goede zorg of begeleiding is, wat je van de overheid mag verwachten en zij van jou, daarover moet de discussie nog losbarsten. En waar je succes aan afmeet, ook daarover graag discussie. Dat is ook gedoe, maar wel van het betere soort. Tellen we loketnomaden? Gaat het om het bruto lokaal geluk? Wie het weet, mag het zeggen. Maar oordeel niet aan de hand van cijfers over één jaar.

Laten we het anders doen. Afblijven en wegblijven is voor politiek en bestuur welhaast onmogelijk, zeker als het de zorg voor kwetsbaren betreft, maar heb dat lef en houd het een jaartje vol. Allemaal. Het land wordt daar echt beter van, de mensen die het aangaat in de eerste plaats.

Raden, blijf weg van een oordeel over geld en beleid. Geef je college tijd en ruimte om werk te maken van de lokale verzorgingsstaat zoals die in vele nota’s werd geschetst. Definieer lokaal welslagen, waar je dat aan afmeet en hoe je daar als raad aan kunt bijdragen.

College, geef ambtenaren, wijkteams en zorgbedrijven tijd en ruimte om te ervaren en te ondervinden. Kent iedereen de tafelmanieren voor aan de keukentafel?

Kamerleden, onthoud u van een oordeel: het is niet langer uw klus. Het is natuurlijk geweldig om elk incident dat via de media op het Binnenhof belandt, aan te grijpen voor het eigen gelijk, maar als de rol van wethouder u aanstaat, solliciteer.

Kabinet, heb het lef om soeverein te zwijgen bij lokale schade en schande en glimlach bij jubel en juich. Ga wel kijken, maar let op: nergens aankomen.

Natuurlijk vraag ik te veel: besturen is beslissen en besluiten, oordelen, afwegen, aanspreken en kleur bekennen. Ook wanneer je zelf niet zo nodig hoeft, wordt het je wel gevraagd. Waar je staat, wat je vindt, hoe het wel moet en vooral, wat de ander naliet.

Maar doe het niet, blijf af en blijf weg. Een jaartje. En houd dat vol. Gelukkig het land waarin besturen ook mag betekenen dat je wegblijft en afblijft van wat lokaal moet groeien. En bloeien op termijn.”