Archief voorjanuari 2017

Arbeidsmigranten discussie in breder perspectief

Beste mensen,

Het kenmerk van de Kaag en Braassemer is dat hij zich betrokken voelt bij de eigen woon en leefomgeving. Dit geeft altijd veel reuring en initiatieven. Ook staat deze betrokkenheid garant voor veel interesse bij mogelijke veranderingen in de buurt. Elke betrokkenheid is goed en nuttig. Op dit moment is er bij een aantal inwoners behoefte aan meer informatie over de huisvesting van arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten, een verzamelnaam voor een groep mensen die hier is (ook als we deze mensen niet fatsoenlijk huisvesten); die ondanks de grote aantallen die hier wonen geen (amper) overlast veroorzaken; die van groot belang zijn voor onze tuinbouwsector waar we allen veel van houden; die economisch van grote toegevoegde waarde zijn; een groep mensen die vaak onder slechte omstandigheden zijn gehuisvest; nu niet ingeschreven staan (waardoor we als gemeente veel inkomsten mislopen) en vaak ergens wonen waar geen aanspreekpunt is als er zaken bespreekbaar gemaakt moeten worden. Dit moeten we dus reguleren, uit economisch, menselijk en financieel oogpunt. Samen met vertegenwoordiger van de tuinbouwsector zijn we op naar oplossingen. Binnenkort zal het college van B&W hierover ook een gesprek organiseren met de gemeenteraad. Ik schreef over dit onderwerp op 11 mei 2015 al een blog, ‘werk aan de winkel’. Ik plaats deze hieronder graag nog een keer. Zeker bij zulke onderwerpen is het vooral ook heel belangrijk het bredere vraagstuk te blijven beschouwen.

Floris

WERK AAN DE WINKEL

11 mei 2015

Landelijk gaat de discussie over Bed, Bad en Brood voor asielzoekers. Hier in de gemeente, en breder getrokken in de regio Holland Rijnland, zijn deze drie B’s al langer onderwerp van gesprek als het gaat om tijdelijke arbeidsmigranten. In de regio Holland Rijnland wonen en werken zo’n 17.000 Polen en andere Oost-Europeanen. In Kaag en Braassem zijn dat er naar schatting 1200.

Deze mensen dragen, alleen al in Holland Rijnland, 1 miljard euro bij aan ons bruto regionaal product met werk dat veel Nederlanders niet (willen?) doen. Helaas is het zo dat veel van hen niet allemaal even goed zijn gehuisvest. Groepen migranten zijn ondergebracht in krappe woningen, waardoor al snel overlast kan ontstaan voor de buurtbewoners. Ook de arbeidsmigranten zelf zijn vaak de dupe van slechte huisvesting, voor een te hoge prijs. Dat is niet fair.

De komende jaren zet ik mij daarom in om misstanden op dit gebied aan te pakken. Want een ding is zeker: het voeden van wederzijdse vooroordelen over de werknemers, brengt een oplossing niet dichterbij. Samenwerken en handen uit de mouwen steken wel. Met enkele grote kwekers uit onze gemeente, met uitzendorganisaties en de gemeente slaan we de handen ineen met als doelstelling onze concurrentiekracht en vitaliteit in de tuinbouwsector te vergroten. Misstanden aan te pakken. Fair zakendoen met bonafide uitzendorganisaties te bevorderen. En vooral kwaliteit van de huisvesting voor deze mensen, zonder overlast van deze mensen, sterk te verbeteren.

Hoe wij dit gaan doen? Daar moet ik u het antwoord nog op schuldig blijven. De komende tijd gaan we (ondernemers in de tuinbouwsector uit Kaag en Braassem, uitzendorganisaties en de gemeente) nadenken over een reeks verbetervoorstellen. Daarbij geef ik mezelf de opdracht om mijn rug recht te houden bij Nimby (Not In My BackYard). Of zoals ze in Vlaanderen zeggen ‘NIVEA-acties’ van burgers die deze mensen Niet In Voor En Achtertuin willen hebben, maar economisch gezien wel willen profiteren van de aanwezigheid van arbeidsmigranten. Iedereen heeft recht fatsoenlijke woon- en werkomstandigheden en daarbij de plicht om zich fatsoenlijk te gedragen.

Werk aan de winkel!

‘Alle nota’s de shredder in’

In de spiegel | Floris Schoonderwoerd is voor het derde achtereenvolgende jaar genomineerd voor beste jonge bestuurder van Nederland. Hij hekelt nota’s en partijpolitiek.

 AD Groene Hart. Bert van den Hoogen. 13-01-17   

“Ik zie iemand met iets te veel gewicht. Ook iemand die betrokken is bij zijn eigen leefomgeving. Ik ben ook dankbaar voor de ondersteuning van de ambtenaren die ervoor zorgen dat ik het werk kan doen waar ik voor ben gekozen. En ik zie iemand die trots is op de inwoners van Kaag en Braassem, die zeer betrokken zijn bij de eigen gemeenschap.”

Wethouder

“Er zijn veel wethouders die trots zeggen: kijk eens wat ik allemaal heb gerealiseerd. Dan noemen ze een sportcentrum, nieuwe weg of woningbouwproject. Maar die wethouders hebben dat niet gedaan. Het zijn plannen van anderen.

Het werk van een wethouder bestaat uit het verbinden. Je moet alle problemen op tafel leggen en met betrokkenen naar een oplossing werken. Toen ik als wethouder begon, dacht ik dat ik wat te vertellen had. Ik kwam er snel achter dat dat helemaal niet het geval is en dat je alleen resultaten haalt door te investeren in samenwerking.”

Beleid

 “Ik heb een hekel aan beleid” Floris Schoonderwoerd, wethouder Kaag en Braassem 

“Ik heb een hekel aan beleid. Toen ik begon, trof ik een kast vol dikke beleidsnota’s aan. Er stond gedetailleerd in beschreven wat er de komende vier of vijf jaar moest gebeuren. Als die periode afliep, moest er een nieuwe beleidsnota worden opgesteld, waar vaak voor 90 procent hetzelfde in stond. Daarmee was alle speelruimte dichtgetimmerd die je als wethouder zou kunnen hebben. Op een gegeven moment realiseerde ik mij dat ik heel hard aan het werk was, maar niet wist wat ik had bijgedragen aan de gemeenschap. Ik heb toen die kastenvol nota’s door de shredder gehaald en ben opnieuw begonnen, maar dan op een heel andere manier. Dat was bevrijdend.”

Eerste wethouderschap

“Het wethouderschap overkwam mij. Als raadslid dacht ik te weten wat het inhield, maar daarin had ik mij vergist. Je zit in allerlei overlegorganen. Ik ben op een trein gesprongen en had een halve periode nodig om te ontdekken hoe die trein rijdt. Dan gaat het ook om het opbouwen van een netwerk en weten waar je in het politieke proces zit. Die kennis had ik nodig om het in 2014 op een heel andere manier te kunnen doen.”

Politiek

“Ik heb ook een hekel aan politiek. Dan bedoel ik partijpolitiek waarbij de grootste partij de macht heeft. En ook aan de politiek waarbij partijen bij de verkiezingen beloftes doen waarvan ze weten dat ze die bij de coalitievorming moeten afzwakken. Daarom hadden we met PRO Kaag en Braassem geen verkiezingsprogramma, maar kwamen we met een filosofie hoe de gemeente meer gebruik zou kunnen maken van de kennis en betrokkenheid van de inwoners. Daarmee wonnen we de verkiezingen. We hadden toen de winst kunnen claimen en een coalitie met een krappe meerderheid kunnen samenstellen. Dan zou er een oppositie ontstaan. Daarmee zet je voor minstens vier jaar partijen aan de kant en gooi je hun deskundigheid en betrokkenheid overboord. Wij hebben een zo breed mogelijke coalitie gevormd op basis van een raadsbreed akkoord en spreken niet over oppositie.”

Filosofie

 “De taak van de gemeente is dat de gemeenschap de komende jaren beter gaat functioneren”

“Een gemeentelijke organisatie met allemaal beleidsnota’s werkt verstikkend. Je neemt daarmee voor vier of vijf jaar de mogelijkheid weg voor ieder initiatief vanuit de gemeenschap. Het is ook niet nodig om in de welzijnsnota precies te omschrijven hoeveel steunkousen er nodig zijn. De taak van de gemeente is dat de gemeenschap de komende jaren beter gaat functioneren. Doelen stel je vast, maar niet de manier waarop, want anderen kunnen dat veel beter invullen. Die doelen hebben we dus ook opgesteld na gesprekken met betrokken inwoners en organisaties. Zonder beleidsnota’s heb je een grote zak geld waarmee je allerlei initiatieven kunt betalen. Dat geeft een hele nieuwe en frisse dynamiek.”

Oorsprong

“Toen ik als wethouder begon, moesten we 40 miljoen euro afboeken op de grondwaarde van het bouwplan Braassemerland. Daarop werd gekeken waarop kan worden bezuinigd. Ik vond dat verkeerd. Je moet eerst kijken wat mensen echt belangrijk vinden. Ten tweede zag ik dat bijeenkomsten van alle politieke partijen rond de keukentafel gehouden konden worden, zo weinig actieve leden waren er. Dat geeft aan dat het politieke systeem niet meer past bij de wijze waarop mensen zich willen inzetten voor hun leefomgeving. Ten derde zag ik dat de decentralisatie de gemeente voor enorme opgaven stelde, want we kregen meer taken en minder geld. Die problemen konden we alleen aan als we de inwoners mede-eigenaar maakten van de dilemma’s waar we voor stonden.”

Betrokken burgers

“Lange tijd werd gedacht dat de overheid zich kon terugtrekken en het aan de burgers over moest laten, maar dan wel op de manier zoals de overheid dat voorschreef. Bovendien konden ze pas meepraten als de plannen er al waren. Maar burgers moet je niet inspraak aan de achterkant, maar invloed aan de voorkant geven. Democratie is niet dat stemhokje en de samenstelling van de gemeenteraad. Democratie is dat je je eigenaar voelt van je eigen leefomgeving. De gemeente is een partner en geen beleidsbepaler.”

Splinterpartijen

“Ik hoop dat we met onze filosofie op lokaal niveau de kloof tussen burgers en politiek verkleinen. De landelijke nieuwe partijen proberen dat ook door de kiezer meer invloed te geven. Maar dat lukt niet met directe invloed op besluiten, zoals met referenda: daarmee worden complexe vraagstukken teruggebracht tot een ééndimensionaal onderwerp. Bovendien appelleren veel splinterpartijen meer aan angst en onvrede en komen ze niet met oplossingen.”

Voorbeeld

“Er zijn al veel andere gemeenten komen kijken hoe wij het hier doen. De meest gehoorde vraag is hoe ze de gemeenteraad mee kunnen krijgen en hoe ze om moeten gaan met de van hogere overheden opgelegde protocollen. Het begint bij het besef bij bestuurders en raadsleden dat er een harde reset nodig is.”

Nominatie

 “Natuurlijk is het leuk om voor de derde keer genomineerd te zijn. Het wethouderschap is nou niet het werk waarbij je veel complimenten krijgt.”