Archief voormaart 2017

Leefbare dorpen

Met een stel vrienden, die ook in de kleine kinderen zitten, had ik het er nog over. Hoe fijn onze jeugd was geweest, juist omdat we in een dorp woonden. Wat een gevoel van geborgenheid dat gaf. We gingen naar het plaatselijke schooltje, want daarvan had je er in elk dorp nog een. We gingen met vader en moeder naar de kerk. Met tante Ria mee naar de voorstelling van haar toneelvereniging in het dorpshuis en naar de winkels in het eigen dorp voor de dagelijkse boodschappen. En hoe onze ouders dit goede gevoel door konden geven aan ons, hun kinderen.  

Die tijd van toen, die is wel degelijk voorbij. Maar het goede geborgen gevoel, dat is er nog steeds. De dorpen zien er heel anders uit dan vroeger. Dat kunnen we erg vinden, maar we hebben ze wel helemaal zelf veranderd. Niet fysiek door te verbouwen, maar door ons veranderde gedrag. Om te beginnen neem ik mijn kinderen niet meer mee naar de kerk. Ga ik boodschappen doen in de grote en veelal goedkoopste supermarkten in naastgelegen gemeenten. En bezoek ik voor een avond theater of muziek steden als Amsterdam en Leiden. De kerk wordt daardoor door steeds minder mensen gebruikt. Het dorpshuis staat vaker leeg. En een winkel voor de dagelijkse boodschappen is er niet meer.  En in sommige dorpen is de school ook verdwenen.

Kortom: we ‘gebruiken’ het dorp niet meer zoals vroeger. Hoe wil ik dan dat mooie dorpsgevoel, dat gevoel van saamhorigheid, doorgeven aan onze kinderen? Dat was het dilemma, toen twee vrienden vragend naar mij keken en vroegen: “Ja, wat ga jij daar als wethouder aan doen? Hoe zorgt de gemeente dat het Dorpshuis open blijft?” Daar kon ik kort over zijn: “Dat doet de gemeente niet. Dat moeten we zelf doen, als inwoner. Het is óns dorp dus ook ónze taak om het dorp leefbaar te houden. En een leefbaar dorp nu, ziet er nu anders uit dan een leefbaar dorp vroeger. Is het erg dat er voorzieningen verdwijnen? Welnee, zolang het gevoel van geborgenheid maar blijft, en we antwoorden vinden op onze nieuwe vragen. Die vraag, die behoeften, dat is nu een andere dan vroeger, en is straks een andere dan nu. Door ons eigen gedrag worden dorpshuizen niet meer optimaal gebruikt, gaan winkels weg en krijgen kerken dilemma’s in de exploitatie op langere termijn. Daar hebben politici of ambtenaren in een gemeentehuis weinig mee te maken. Dan moeten wij als inwoners voor een oplossing zorgen.”

Zo, die kwam even binnen. Maar goed, al gauw sloeg het idee van ‘zelf doen’ wel aan. Als je aan het roer staat, bepaal je immers ook zelf je koers. In het dorp waar ik woon is nu een groepje ontstaan dat de handschoen heeft opgepakt. Het gesprek aangaat met ondernemers, jongeren, ouderen, verenigingen, bestuurders van allerlei maatschappelijk vastgoed. Met elkaar op zoek naar antwoorden. Iedereen van de eigen vierkante meter af en onszelf de vraag stellen: Hoe zag ons dorp er 25 jaar geleden uit? Welke maatschappelijke ontwikkelingen zijn er gaande? Hoe ziet het dorp er uit over 25 jaar als we niets doen? Wat moet er gebeuren als we gaan handelen op basis de wil wel mee te veranderen met de tijd maar de geborgenheid en de sfeer moet blijven?

Geweldig interessante discussies. En hartstikke nodig, in elk dorp. Alleen dan kunnen we er voor zorgen dat het gevoel van moeder met de theepot thuis, na school, blijft. Zo sprak ik laatst een collega wethouder uit het Oosten van het land, die hanteerde de stelling: liever een bibliotheek in een kerk, dan geen bibliotheek en geen kerk. En zo is het!

Crowdfunding voor Roy

Telkens weer ben ik verrast over de betrokkenheid van de inwoners van Kaag en Braassem. Deze eigenschap, van veel inwoners, brengt veel van onze dorpen tot grote hoogte. Telkens weer nieuwe en mooiere initiatieven. En, in een wereld die steeds individualistischer aan het worden is, kan ik extra warm worden van voorbeelden die medemenselijkheid uitstralen.

Het zal je maar gebeuren, je krijgt te horen dat je ernstig ziek bent en er in Nederland geen behandeling mogelijk is. Wel een experiment in een ander land, maar dan voor eigen rekening.. Het overkomt inwoner Roy Schouten. Het actieve en sociale leven van Roy staat sinds drie weken volledig op z’n kop nu hij te horen heeft gekregen dat hij PPMS heeft. Een baanbrekende behandeling in Israël kan deze progressieve auto-immuunziekte mogelijk stoppen of afremmen, maar daar is geld voor nodig. Veel geld..

Roy’s behandeling in Israël moet zo snel mogelijk beginnen en daar is het astronomische bedrag van 160.000 euro voor nodig.

Een golf van empathie en medemenselijkheid komt los in Kaag en Braassem. Een reeks activiteiten, een veiling, avonden waarvan de opbrengst ten goede komt aan dit doel. En binnen no time al € 142.000 van de benodigde € 160.000 binnen.

Ik zie het al een tijdje aan. Vol bewondering zie ik wat er overal aan het gebeuren is. Veel mensen zijn actief om het benodigde bedrag te helpen bijeen te schrappen. Het collectief neemt verantwoordelijkheid voor een individu die kwetsbaar is. Dit is wat samenleven is.

Maar mensen, de laatste loodjes wegen vaak het zwaarst. Ik weet zeker dat er meer mensen zijn zoals mij die vol begrip, respect en medeleven -en met veel bewondering- hebben aangekeken hoe de meter van € 0,- naar € 142.000 is gegaan. Tijd om nu, met al die mensen, verantwoordelijkheid te nemen voor de laatste loodjes.

Ik pak NU mijn Rabobank Random Reader, wie doet er mee!?

NL73INGB0007599238

www.crowdfundingvoorroy.nl

Door te investeren in deze bijzondere actie , investeer je in mensen. En door te investeren in mensen, investeer je in de kracht van de samenleving.

Sterkte en succes Roy!

Greetz, Floris