Archief voormei 2017

Speech dodenherdenking. Thema: persoonlijke verhalen geef je door.

Dodenherdenking 4 mei 2017, Woubrugge

Vandaag sta ik, met u, bij het Mosquito-monument in Woubrugge. Een monument dat hier staat, ter nagedachtenis aan de piloten van het neergestorte Mosquito-vliegtuig, de heren Woodman en Grimwood. Het brengt ons terug in de tweede wereldoorlog.

Het Nationaal Comité 4 & 5 mei geeft jaarlijks een thema mee aan de herdenking van vanavond. Dit jaar een heel bijzonder thema: “De kracht van het persoonlijke verhaal”. Een persoonlijke belevenis die een relatie heeft tot de Tweede Wereldoorlog.

Ik neem u mee naar februari 2015. Al jaren hadden mijn beste vriend Mark Zaal, hij is er vanavond ook bij en leggen straks samen de krans, en ik de wens Auschwitz te bezoeken. De daad bij het woord. Een 3 daagse stedentrip naar Krakau met op maandag 9 februari een uitgebreid bezoek aan Auschwitz I en Auschwitz-Birkenau.

Daar waar tijdens de Tweede Wereldoorlog de slachtoffers van deze vernietigingskampen na een lange tocht, van soms wel meer dan een week, per goederenwagon (zonder eten, slaap en sanitair), werden afgeleverd in het kamp, arriveren wij per luxe taxibus vanuit Krakau. Wat een contrast..

In de bus zien we een film over de bevrijding van Auschwitz. De beelden zijn schokkend. Overal liggen lijken. Om van de andere gruwelijkheden maar niet te spreken. Als we ruim anderhalf uur later in Auschwitz aankomen is door de film de toon gezet. Dit wordt een zware dag met schokkende verhalen.

Een goede gids leidt ons rustig over het terrein. Te beginnen bij de bekende poort met de cynische tekst “Arbeid macht Frei”. Als de gevangenen na 12 uur keihard werken, onder vreselijke omstandigheden, terug kwamen naar het kamp werden zij geteld bij deze poort. Wanneer de telling niet klopte bleef iedereen buiten totdat de gevluchte gevangene was gevonden en opgehangen. Op blote voeten. Ook als het sneeuwde net als nu. De beelden op foto’s van afgestorven bevroren voeten waren afschuwelijk. Mark en ik lopen door de sneeuw tussen de stenen barakken, de wachttorens en de omheining van prikkeldraad. Een aantal barakken zijn ingericht als museum, met daar de persoonlijke bezittingen van de gevangenen.

Alles werd de gevangenen afgenomen bij aankomst in het kamp. Omdat hen verteld was dat ze, na een tijdje hard werken, naar een eigen streek gingen om een nieuw leven op te bouwen, hadden ze veel bezittingen bij zich. We troffen kamers vol spullen. En dan te bedenken dat dit slechts de buit is van de laatste dagen voor de bevrijding. Al het andere was al verbrand, verkocht of verwerkt. We troffen een ruimte met een enorme hoop mensenhaar. Van het haar maakte ze stof voor jassen en sokken. Een hal vol koffers. Een kamer vol borstels en kammen. Een zaal vol schoenen. Duizenden brillen. Kinderkleertjes.. Bij ieder item hoort een persoon die het niet overleefd heeft.

Van alle mensen die binnen kwamen ging maar een kwart door naar de werkkampen, oftewel de barakken. Oude mensen, zwakke mensen, kinderen onder de 12 en zwangere vrouwen gingen gelijk door naar de gaskamers. Ze wisten niet dat ze de dood tegemoet liepen. Er was ze verteld dat ze zich na de lange zware rit mochten gaan wassen. Spulletjes inleveren. Ondergronds waren de ruimtes waar ze zich moesten uitkleden. Kleren aan een haakje, met een nummertje, zodat je deze gemakkelijk kon terug vinden. En daarna als makke schaapjes naar de “douche- en desinfecteerruimte”. Soms wel met 2000 mensen tegelijk. Douchekoppen, om het echt te laten lijken, en de rust te bewaren. Via gaten in het dak werden open blikjes met korrels Zyklon B naar binnen gegooid. 15 minuten later was het er stil, doodstil…

De gaskamer in Auschwitz I was voor ons misschien wel het meest indrukwekkende onderdeel van de dag. Staan in een ruimte waar honderden mensen tegelijk vergast werden. Om omhoog te kijken, in de gaten waar de korrels door naar beneden kwamen. Dan een dikke stalen deur verder, de verbrandingsovens. De merknaam van Duits’ grootste leverancier van crematoriumovens ‘Topf’ prijkt trots op het merkplaatje.. Details van die dag, waar we ter plekke niet over spraken, maar waarvan s’avonds bleek dat het ons beide opviel. Daar waren er veel van, dat soort details..

Wanneer we de gaskamers uitkomen heb ik het gevoel mee te lopen in een begrafenisstoet. Iedereen is in zichzelf gekeerd. Kijkt naar zijn schoenen terwijl ie langzaam door de knarsende sneeuw loopt. Een gevoel en een stilte die de rest van de dag zo bleef..

Dan met de bus naar concentratiekamp Auschwitz II, Birkenau. Het grootste kamp van Nazi-Duitsland. Hier werden naar schatting 1.5 miljoen mensen gedood. Reken eens uit.. Delen door 4 jaar (‘41-‘45). Delen door 52 weken. Delen door 7 dagen. Ruim 1000 mensen per dag..

Het terrein is 2,5 bij 2 kilometer groot en herbergde ruim 120.000 gevangenen per keer. Mensen die de selectie op het perron doorstonden werden ondergebracht in houten barakken die oorspronkelijk bedoeld waren voor paarden. Slapen met 8 personen in een betonnen stapelbed. De muren hadden kieren en er zat een ventilatie ruif in het dak waardoor niet alleen frisse lucht, maar vooral ook water, wind, kou en sneeuw naar binnen kon komen..

Birkenau is groot, uitgestrekt, op een winderige vlakte. Wij waaien uit onze mutsen en thermo-ondergoed. Na een half uur hebben we gevoelloze vingers en het is “maar” enkele graden onder nul, en dat met een winterjas aan..

Herkenbaar is bij aankomst het lage, langwerpige gebouw met karakteristieke toren. De poort waardoor de treinen het kamp binnenreden. Voor 1,5 miljoen mensen liep het spoor hier letterlijk en figuurlijk dood.. Velen werden direct naar de gaskamers gedirigeerd, de anderen pas na een afschrikwekkend bestaan in dit vernietigingskamp.

Op het besneeuwde spoor zie ik een groepje mannen; een aantal met de Joodse vlag over hun rug geslagen. Ze zingen zachtjes een lied, houden elkaar vast, gedenken de holocaust. Rillingen lopen over mijn rug.

Ook het monument is indrukwekkend. Gedenkplaten liggen in meerdere talen voor het monumentale bouwwerk. Bij sommige liggen er bloemetjes op, bij sommige steentjes. Het sculptuur waar het monument uit bestaat is vreemd. De één noemt het doodskisten, de ander gezichten van de gevangenen. Ik heb geen idee wat ik er van maak, maar het was wel mooi.. Als je je vanaf het monument omdraait sta je aan het einde van het treinspoor. Symbolisch.. Voor ons het einde van deze dag, maar voor teveel mensen het einde van hun leven.. Arbeit macht frei.. Nog maar zo kort geleden..

Terug met de bus naar Krakau. Gelukkig een lange rit om na te denken, tegen elkaar aan te zwijgen. Terug naar de stad met een fantastisch historisch centrum. Een goede uitlaatklep na het indrukwekkende bezoek aan dit duo-kamp.

De Grote Markt (Rynek Glówny) is het gebied dat bruist. Maar we hebben geen trek in eten.. Even zitten aan de voet van de Mariakerk, uitzicht op de kathedraal van Wavel , waar de beroemde en Poolse Paus Johannes Paulus II, als kardinaal de mis opdroeg. Iets later dan toch, onder het genot van een koud biertje, de enerverende dag van ons af laten glijden. Al die details doorspreken, waar we niet over spraken, maar die we wel telkens allebei hadden gezien.

Dan doe ik een bijzondere ontdekking. Een paar tafeltjes verder zie ik dat groepje mannen die op de spoorlijn zo hartverscheurend zongen. Ook zij genieten nu van een lekker drankje. Bleek bij hen, terug in Krakau, dat de ervaring van de beklemmende historie weer plaats heeft gemaakt voor een optimistische toekomst? Als ik kijk naar alle kinderen die hier aanwezig zijn heb ik het volle vertrouwen in die toekomst. Die geven we samen inhoud. We moeten de verhalen daarom blijven vertellen, en blijven delen.

Opdat wij nooit zullen vergeten..